Gepubliceerd Europees onderzoek naar inname · Lees dit voordat je je voedingspatroon nog een keer wijzigt

Je eet beter dan de meeste mensen die je kent. En om vier uur 's middags ben je nog steeds moe. In 2011 zette een Europees onderzoek er een getal op welke innames werkelijk tekortschieten, en dat is niet het lijstje dat jou verteld is door de voeding-goeroe’s, laat staan door je diëtist

Geen detox. Geen nieuwe voedingsregels. Een gratis check van vijf minuten die laat zien welke signalen in jouw eigen antwoorden het hardst spreken.

Jesse van der Velde

Geschreven door

Jesse van der Velde

Oprichter BioProfile · 15 boeken, waarvan 2 nummer 1-bestsellers · begeleidde sinds 2006 meer dan 500.000 mensen

FOTO

Wetenschappelijk geverifieerd door

[NAAM VOLGT]

Nederlandse arts (MD) of PhD · onafhankelijke controle van elke advertorial

"Ik eet gezond. Waarom ben ik dan zo moe?"

Zeg die zin eens hardop, want dit is de zin die ik het vaakst hoor.

Jij kent je eigen versie. Moe wakker worden na zeven uur slaap. Dat uur na de lunch waarin je hoofd moe wordt. Dezelfde alinea twee keer lezen. Om half acht 's avonds te moe zijn voor het ding waar je je op verheugde. Om vier uur met de kastdeur open in de keuken staan, zonder honger, toch iets zoeken. Loodzware benen op een vlakke straat. Afzeggen bij mensen en je daar rot over voelen.

Ik ben Jesse van der Velde. Geen goeroe en geen dokter. Ik bestudeer en deel wat gepubliceerd onderzoek zegt over hoe een lichaam ouder wordt. Dat test ik al ruim veertien jaar op mezelf en met de mensen die ik begeleid.

De gedachte die ik veel mensen hoor zeggen is "ik doe vast iets verkeerd". Daar moeten we mee stoppen.

Want er is gepubliceerd werk over wat een gewoon Europees eetpatroon wel en niet levert, en bijna niemand heeft het gelezen.

Een houten aanrecht met spinazie, een halve avocado, radijsjes en een kom salade
Je eet beter dan de meeste mensen die je kent.

VIDEO SLOT · plaats hier een video of embed

Waarom "gezonder eten" voor jou geen bruikbaar advies meer is

"Gezonder eten" is geen fout advies. Maar het werkt gewoon niet meer.

Jij hebt het al gedaan. Minder suiker, meer groente, minder pakjes, beter brood, de fles water op je bureau. Het advies was eerder op dan de vermoeidheid.

En elk volgend advies dat je tegenkomt is hetzelfde advies met een nieuwe naam erop. Weer een lijstje wat erbij moet. Weer een lijstje wat eraf moet.

Daardoor is de vraag blijven hangen. Zolang vermoeidheid wordt behandeld als een discipline-probleem, is het antwoord altijd meer discipline, en die rekening betaal jij al jaren.

In de gepubliceerde literatuur staat een andere vraag, en daar hangt een getal aan.

Wat een Europees onderzoek vond toen het innames ging meten, in plaats van meningen

In 2011 publiceerden Blanca Roman Viñas en collega's een analyse van Europese innamegegevens in Annals of Nutrition and Metabolism.¹

Wat er onderzocht werd: hoeveel mensen in Europa minder van een voedingsstof binnenkrijgen dan de behoefte, voor tien voedingsstoffen.

Hoe: de gegevens komen uit het European Nutrition and Health Report II. Alleen onderzoeken die een gevalideerde voedselfrequentievragenlijst of een voedingsanamnese gebruikten, of een voedingsdagboek van minstens 7 dagen, of die corrigeerden voor dagelijkse variatie, gingen mee. Tien voedingsstoffen werden bekeken: vitamine C, vitamine D, vitamine B12, foliumzuur, calcium, ijzer, zink, selenium, koper en jodium. De tekorten werden geschat met de zogeheten EAR cut-point methode, waarbij de inname tegen de gemiddelde behoefte wordt gelegd.

De bevindingen.

Onder de 11 procent te lage inname voor zink, ijzer en vitamine B12 bij ouderen.

Tussen 11 en 20 procent voor koper bij volwassenen en ouderen, voor vitamine B12 bij volwassenen, en voor vitamine C bij ouderen.

Boven de 20 procent voor vitamine D, foliumzuur, calcium, selenium en jodium bij volwassenen en ouderen, en voor vitamine C bij volwassenen.

Dan wat deze studie wel en niet is. Ze hebben gemeten wat er bij mensen naar binnen ging en hebben dat naast de behoefte aan die voedingsstof gelegd.

Onder dit onderzoek ligt nog een tweede gepubliceerde dataset.

In 2004 publiceerden Donald Davis, Melvin Epp en Hugh Riordan een vergelijking in het Journal of the American College of Nutrition.²

Wat er onderzocht werd: of de opgegeven hoeveelheid voedingsstoffen in tuinbouwgewassen tussen 1950 en 1999 is veranderd.

Hoe: ze legden de gepubliceerde voedingswaardetabellen van het Amerikaanse landbouwministerie uit 1950 en uit 1999 naast elkaar, voor 13 voedingsstoffen en water, in 43 tuinbouwgewassen, grotendeels groenten. Ze corrigeerden voor verschillen in vochtgehalte en rekenden per gewas en per voedingsstof de verhouding uit tussen de waarde van 1999 en die van 1950.

De bevindingen: als groep lieten die 43 gewassen een statistisch betrouwbare daling zien voor 6 van de 13 voedingsstoffen, namelijk eiwit, calcium, fosfor, ijzer, riboflavine en ascorbinezuur, met mediane dalingen van 6 procent voor eiwit tot 38 procent voor riboflavine. Voor de andere 7 was er geen betrouwbare verandering.

Herken je dit? Doe nu de gratis check.

Onze wetenschappelijk gevalideerde vragenlijst geeft je antwoorden

Drie gepubliceerde getallen, en wat elk getal vertelt

Boven de 20 procent. Zoveel mensen hadden in die Europese onderzoeken een te lage inname van vitamine D, foliumzuur, calcium, selenium en jodium bij volwassenen en ouderen, en van vitamine C bij volwassenen.¹ Inname, gelegd naast een behoefte. Geen bloed.

38 procent. De grootste mediane daling in de vergelijking tussen 1950 en 1999, voor riboflavine, over de 43 gewassen als groep.² Met de twee voorbehouden van de auteurs zelf eraan vast: afzonderlijke gewassen waren meestal niet te onderscheiden van helemaal geen verandering, en ongeveer 28 procent van de verhoudingen ging omhoog in plaats van omlaag.

Ongeveer 6 procent, en eerder 20 procent. In 2009 publiceerde Lindsay Allen een overzichtsartikel in de American Journal of Clinical Nutrition over hoe vaak een lage vitamine B12-status voorkomt. In grote onderzoeken in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk had ongeveer 6 procent van de mensen van 60 jaar en ouder een tekort op basis van de bloedwaarde, en zat eerder 20 procent op de grens. Bij ouderen komt dat vooral doordat het lichaam de vitamine minder goed uit het voedsel vrijmaakt, mede door veranderingen in het maagslijmvlies.³

Dat getal verandert wat een mens hierna doet. Het vertelt je niets over waar jij zit. Wat het wel laat zien is dat inname en status twee verschillende vragen zijn, en dat bijna iedereen over de eerste staat te praten.

Vier uur 's middags, met een goede lunch achter de rug

Jij kent je eigen versie hiervan. De mijne was een dinsdag, een fatsoenlijke lunch, een wandeling erna, en om tien over vier was mijn hoofd alsnog niet in staat om fatsoenlijk na te denken.

Iemand zit met de armen op een keukentafel bij een leeg bord en een glas water
Tien over vier, met een goede lunch achter de rug.

Jarenlang las ik dat als bewijs over mijn karakter. Niet gedisciplineerd genoeg. Niet fit genoeg. Morgen beter je best doen.

Kijk eens wat er werkelijk liep. Een dag die prima was en een lichaam dat iets anders meldde. Dat verschil is het meten waard, en ik was ondertussen bezig met een oordeel.

Een oordeel over je karakter brengt je niets. Er komt niets constructiefs uit voort. Je kunt niet harder je best doen om een ander mens te zijn.

Een week die je nooit hebt gemeten heeft wel een vervolgstap. Die kun je naast het gepubliceerde onderzoek leggen.

De vier dingen die mensen als eerste doen, en wat elk daarvan wel en niet doet

1. Het eten nog een niveau opschonen.

Hoe streng je eet ben je natuurlijk vrij in, en goed eten is op zichzelf de moeite waard.

Maar besef wat nog een “dit eet ik niet meer”-ronde wel en niet doet. Het verandert wat erin gaat. Het zegt niets over wat je lichaam er daarna mee doet, en het overzichtsartikel hierboven is daar het schoonste voorbeeld van: bij ouderen zit de belangrijkste reden voor een lage status in het vrijmaken uit het voedsel, en niet in de grootte van de portie.³

Een open koelkast met een plank vol glazen potten met bereide groenten, de andere planken leeg
Weer een ronde opschonen. Een plank vol, de rest leeg.

2. Er steeds bijdoen wat je het laatst gelezen hebt.

Deze maand het ene, volgende maand het volgende, net wat het artikel zei. Het Europese onderzoek laat zien waarom dat zo ongelijk uitpakt: tien voedingsstoffen, verdeeld over drie heel verschillende banden, met een deel ervan in de laagste.¹

Jij was niet slordig. Je schoot op een lijst die nooit voor één mens is gemaakt.

3. De schuld bij het voedsel leggen.

De vergelijking tussen 1950 en 1999 is hier de studie die iedereen half citeert. Kijk wat er werkelijk in staat: betrouwbare dalingen voor 6 van de 13 voedingsstoffen op groepsniveau, geen betrouwbare verandering voor de andere 7, afzonderlijke gewassen meestal niet te onderscheiden van geen verandering, en ongeveer 28 procent van de verhoudingen omhoog.²

De eerlijke lezing is klein en gemengd, en gaat vooral over plantenrassen. Dat is geen reden om slechter te eten. Het is een reden om de supermarkt niet langer als de hele verklaring te behandelen.

4. Wachten tot het overgaat.

Geef het een maand, kijk of de vermoeidheid vanzelf wegtrekt. Maar een week die je nooit gemeten hebt blijft ongemeten, en vier uur 's middags komt gewoon terug.

Vier zetten, één gedeeld probleem: geen ervan begint bij wat er bij jou werkelijk speelt.

De aanpakken faalden hier, en het was het verstandig klinkende soort. Jij hebt niets fout gedaan. Het kan anders.

Twee verschillende vragen, en waarom de tweede jouw eigen antwoorden nodig heeft

Dit is de essentie. Er zijn twee losse vragen en het publieke gesprek gaat altijd maar over één.

Vraag één is wat er naar binnen gaat. Daar gaat al het advies over.

Vraag twee is wat jouw eigen week terugmeldt: wanneer de vermoeidheid komt, wat ze je kost, waar ze aan vastzit.

In 2018 publiceerde Bruce Ames een overzichtsartikel in de Proceedings of the National Academy of Sciences dat aan die tweede vraag een vorm geeft.⁴

Wat er onderzocht werd: dit is een voorstel en geen proef, en dat hoort er als eerste bij. Ames stelt voor om eiwitten in te delen naar waar ze voor zijn, die voor directe overleving en voortplanting tegenover die welke de gezondheid op lange termijn beschermen, en hij stelt voor dat het lichaam bij een licht tekort aan een voedingsstof eerst de korte termijn bedient.

Hoe: een overzicht van bestaand werk ter ondersteuning van een hypothese die hij de triage-theorie noemt, plus een voorgestelde groep voedingsstoffen die hij longevity vitamins doopt.

De bevindingen, benoemd voor wat ze zijn: dit is een denkkader met bewijs eromheen verzameld, en geen experiment met een uitkomst. Wat het jou oplevert is een reden waarom een tekort lange tijd nergens naar hoeft te voelen, en waarom wachten tot je een tekort voelt een slechte manier van opsporen is.

Dan het laatste stuk. In 2010 publiceerden David Kennedy en collega's een gerandomiseerde, placebogecontroleerde en dubbelblinde studie in Psychopharmacology.⁵

Wat er onderzocht werd: of een hooggedoseerd B-complex met mineralen de stemming en het denkwerk van gezonde mensen verandert.

Hoe: 215 mannen van 30 tot 55 jaar, allemaal met een volledige baan, namen 33 dagen lang één merkproduct met veel ingrediënten of een placebo. Voor en na vulden ze de Profile of Mood States, de Perceived Stress Scale en de General Health Questionnaire in, plus een denkbatterij van 60 minuten, en op de laatste dag een Stroop-taak van 40 minuten terwijl ze op een hellende loopband liepen.

De bevindingen: de groep met het supplement scoorde beter op ervaren stress, op de algemene gezondheidsvragenlijst en op de schaal voor energie en veerkracht, presteerde beter op de reeks van drie aftrekken, en beoordeelde zichzelf als minder mentaal moe, zowel voor als na die denkbatterij.

Wat die studie niet kan zeggen, en dat telt: er is één product met veel ingrediënten getest, dus geen enkele losse vitamine of mineraal daarin kan de eer krijgen, en de deelnemers waren gezonde werkende mannen in een smalle leeftijdsgroep.

De nieuwe stand is dus deze. Inname is één vraag, jouw eigen week is een andere, en die tweede is jou nooit fatsoenlijk gesteld.

Op één voorwaarde. Die analyse moet over jou gaan: je energie door de dag heen, je dips, jouw eigen antwoorden, vraag voor vraag naast wat gepubliceerd onderzoek beschrijft. Een algemeen lijstje met energietips vertelt je niet welke signalen in jouw week de harde zijn.

Een gratis, gevalideerde vragenlijst, vijf minuten, en de dagelijkse basis die ik zelf gebruik

BioProfile heeft die eerste stap gebouwd. Een wetenschappelijk gevalideerde vragenlijst, vijf minuten, gratis en zonder account.

Je beantwoordt vragen over je energie door de dag heen en over je dagelijks leven. Daarna zie je welke signalen in jouw profiel het hardst spreken, en wat het onderzoek daarover zegt. Geen medisch onderzoek. Een analyse van je eigen antwoorden. Je gebruikt de uitkomst zelf, of je legt hem op tafel bij je arts of je coach.

Dan de dagelijkse kant. Wat ik er elke ochtend zelf in stop is een glas: Green Juice van Superfoodies, een plantaardige all-in-one dagelijkse drinkmix met meer dan 44 ingrediënten, waaronder vitamines, mineralen, kruiden, grassen, fruit, groenten, algen, probiotica en spijsverteringsenzymen. De B-vitamines erin en mineralen als chroom en kalium dragen bij tot een normale energieleverende stofwisseling en tot de vermindering van vermoeidheid en moeheid door de dag heen. Eén glas, elke dag, als vaste basis.

En om het gewoon te zeggen: dit is een dagelijkse voedingsbasis. Geen antwoord op jouw middag. Het patroon van jouw eigen week breng je nog steeds zelf in kaart. Daar zijn die vijf minuten voor.

Wat je kunt doen voordat je koffie koud is

Je doet de gratis check. Vijf minuten, zonder account, en er valt niets te kopen.

Zelfs als je er niets mee doet, heb je "ik doe vast iets verkeerd" ingeruild voor een analyse van je eigen antwoorden. Die ruil is vijf minuten waard.

En de volgende keer dat het vier uur wordt, weet je welke signalen in jouw profiel het hardst spreken.

Doe het nu deze pagina nog openstaat. Morgenmiddag komt er hoe dan ook aan.

Onze wetenschappelijk gevalideerde vragenlijst geeft je antwoorden

De scan is geen medisch onderzoek. Een analyse van je eigen antwoorden. Raadpleeg bij aanhoudende klachten je arts.

Bronnen

  1. Roman Viñas B, et al. (2011). Projected prevalence of inadequate nutrient intakes in Europe. Ann Nutr Metab 59(2-4):84-95. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22142665/
  2. Davis DR, et al. (2004). Changes in USDA food composition data for 43 garden crops, 1950 to 1999. J Am Coll Nutr 23(6):669-82. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/15637215/
  3. Allen LH (2009). How common is vitamin B-12 deficiency? Am J Clin Nutr 89(2):693S-6S. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/19116323/
  4. Ames BN (2018). Prolonging healthy aging: Longevity vitamins and proteins. Proc Natl Acad Sci U S A 115(43):10836-10844. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/30322941/
  5. Kennedy DO, et al. (2010). Effects of high-dose B vitamin complex with vitamin C and minerals on subjective mood and performance in healthy males. Psychopharmacology (Berl) 211(1):55-68. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/20454891/