MRI-onderzoek, gepubliceerd in Gastroenterology · Waarom "minder gas" nooit het antwoord was

Onderzoekers legden 29 mensen met aanhoudende buikklachten in een MRI-scanner, naast 29 mensen zonder die klachten. Binnenin zagen ze bij beide groepen vrijwel hetzelfde. Het verschil zat in wat de mensen ervan voelden.

Als jouw avond eindigt met een broek die aan het van de dag te klem zit, gaat dit artikel over jou. Een gratis check van vijf minuten laat zien welk patroon jouw klachten volgen.

Jesse van der Velde

Geschreven door

Jesse van der Velde

Oprichter BioProfile · 15 boeken, waarvan 2 nummer 1-bestsellers · begeleidde sinds 2006 meer dan 500.000 mensen

FOTO

Wetenschappelijk geverifieerd door

[NAAM VOLGT]

Nederlandse arts (MD) of PhD · onafhankelijke controle van elke advertorial

"Om vier uur past m'n broek niet meer. Zelfde broek, zelfde ik, zelfde dag."

Als die zin van jou zou kunnen zijn, doe je waarschijnlijk al jaren je eigen onderzoek.

Was het brood. Was het ui. Was het stress.

Je houdt in je hoofd bij wat je eet en hoe je buik daarna reageert. En dat lijstje klopt nooit.

Ik ben Jesse van der Velde. Geen goeroe en geen dokter. Ik lees gepubliceerd onderzoek en ik deel wat er staat.

Op dit onderwerp staat er iets in dat bijna niemand te horen krijgt: het gas waar iedereen naar wijst, week bij fatsoenlijke meting nauwelijks af van dat bij mensen zonder klachten.

Iemand zit aan een bureau en maakt de bovenste knoop van de broek los, gezien vanaf borsthoogte
Vier uur, en de broek zit anders dan vanochtend.

VIDEO SLOT · plaats hier een video of embed

Iedereen zei dat het gas was. Niemand had het gemeten.

Het verhaal dat je verkocht is gaat over hoeveelheid. Te veel lucht in je darmen, dus zet je buik uit.

Dus: laat de bonen staan, kauw langzamer, neem iets wat het gas afbreekt.

Toen onderzoekers die hoeveelheid eindelijk met een MRI-scanner gingen meten, bleek die bij mensen met klachten nauwelijks af te wijken van die bij mensen zonder klachten.

Elk middel dat je kocht om die hoeveelheid te verminderen, mikte dus op wat in die meting juist nauwelijks verschilde.

De verkeerde vijand is hier een aanname: dat wat je voelt gelijk moet zijn aan wat er fysiek in je buik zit.

Die aanname klopt niet. En hieronder lees je waarom.

Hetzelfde gas, een heel ander gevoel: de MRI-studie uit 2017

In 2017 publiceerde Gastroenterology een studie van Giles Major en collega's, uitgevoerd in het Verenigd Koninkrijk tussen januari 2013 en februari 2015.¹

Wat er onderzocht werd: of klachten na fermenteerbare koolhydraten ontstaan doordat er meer gas wordt gevormd, of doordat mensen dezelfde hoeveelheid anders voelen.

Hoe: 29 volwassenen met aanhoudende buikklachten en 29 zonder die klachten dronken op 3 aparte dagen, minstens 7 dagen uit elkaar, een glas van 500 ml met 40 gram van telkens één koolhydraat: de ene keer glucose, de andere keer fructose, de derde keer inuline, in willekeurige volgorde. Voor en na elk glas ging de inhoud van hun darmen in de MRI-scanner, ademtesten volgden de fermentatie, en de klachten werden per keer 300 minuten bijgehouden.

De bevindingen: binnen dezelfde groep van 29 mensen met klachten kwamen er 13 boven de vooraf vastgelegde symptoomdrempel na de inuline, 11 na de fructose en 6 na de glucose. De MRI liet zien dat de fructose bij beide groepen het vocht in de dunne darm liet toenemen, en de inuline bij beide groepen het volume en het gas in de dikke darm. De mensen zonder klachten scoorden na het drinken lager op klachten dan de mensen met klachten, bij vergelijkbare MRI-waarden en vergelijkbare ademtesten.

Lees die laatste zin nog een keer.

Binnenin gebeurde bij beide groepen vrijwel hetzelfde. Het verschil zat in wat de mensen ervan merkten.

Wat dit onderzoek niet kan zeggen: 29 en 29 mensen, één Brits centrum, één glas per keer. Over hoe je dagelijks eet zegt het niets, en de aantallen 13, 11 en 6 staan in de publicatie zonder p-waarde.

De onderzoekers concludeerden zelf: de klachten kwamen niet door meer gasvorming, maar doordat de dikke darm van deze mensen gevoeliger reageerde op oprekking. Noem dat je "darmgevoeligheid".

In datzelfde jaar verscheen in de American Journal of Gastroenterology een overzichtsartikel van Malagelada, Accarino en Azpiroz.

Wat er onderzocht werd: hoe een opgeblazen buik precies ontstaat, en waarom de gangbare uitleg tekortschiet.

Hoe: geen nieuw onderzoek. Geen deelnemers. Geen metingen. Geen enkel getal. Drie onderzoekers uit Barcelona zetten op een rij wat er in de literatuur staat. Dat is geordende kennis van experts en dus geen bewijs.

De bevindingen: het "opgeblazen gevoel" en de "zichtbare uitzetting" zijn twee verschillende dingen. Het gevoel is een klacht die jij ervaart, de uitzetting is een teken dat aan de buitenkant te meten valt, en ze kunnen los van elkaar staan. Wat er per persoon meespeelt, valt volgens deze auteurs in hardnekkige gevallen in een gespecialiseerd centrum te meten: de doorstroming van je darmen, de gevoeligheid van je darmwand en de activiteit van je buikspieren. Aanwijzingen komen daarnaast uit een uitgebreide voedingsgeschiedenis en uit hoe vaak en hoe vast je ontlasting is.²

De review zegt er nog iets bij: bij een opgeblazen buik hoort eerst nagegaan te worden of er een lichamelijke oorzaak achter zit. Dat is werk voor je arts.

Jouw broek van vier uur en de identieke klacht van je collega kunnen een andere oorzaak hebben.

Dat verklaart waarom jaren van zelf uitproberen niets opleverden.

Je liet het brood staan, en een paar weken leek dat te schelen. Je liet de ui staan, en het effect zakte weg. Niets bleef betrouwbaar.

Je hield namelijk maar één ding bij: wat er in je bord ligt. Waar dit onderzoek naar wijst, je darmgevoeligheid, stond nergens in je lijstje.

Herken je dit? Doe nu de gratis check.

Onze wetenschappelijk gevalideerde vragenlijst geeft je antwoorden

Hoe gewoon jouw "rare buik" werkelijk is

40,3 procent. In 2021 publiceerde Gastroenterology de Rome Foundation Global Study.

Wat er onderzocht werd: hoe vaak 22 aanhoudende maag-darmklachten voorkomen, in 33 landen op 6 continenten.

Hoe: 73.076 volwassenen, van wie 49,5 procent vrouw, kregen de Rome IV-vragenlijst, aangevuld met de oudere Rome III-vragen en 80 vragen over bijkomende factoren. In 24 landen via internet, in 7 landen in een persoonlijk gesprek, in 2 landen op beide manieren.

De bevindingen: van de mensen die de internetversie invulden, voldeed 40,3 procent aan de criteria voor minstens één van die klachten.³

En nu het getal achter dat getal. Dezelfde vragenlijst, dezelfde studie, maar persoonlijk afgenomen: 20,7 procent.

Dezelfde vraag. Een andere manier van vragen. Ongeveer de helft van de uitkomst.

Ergens tussen één op de vijf en vier op de tien volwassenen loopt hiermee rond. Preciezer wordt het niet. En het blijft een vragenlijst: een arts heeft niemand onderzocht.

20,6 procent. In 2018 publiceerde de American Journal of Gastroenterology een peiling onder 71.812 Amerikanen.

Wat er onderzocht werd: hoeveel Amerikanen in de afgelopen week last hadden van maag-darmklachten, en welke.

Hoe: via een app, MyGiHealth, met de vragenlijsten van de Amerikaanse National Institutes of Health. Terugkijkperiode: 7 dagen.

De bevindingen: 61 procent had in die week minstens één klacht. Een opgeblazen buik stond op de derde plaats met 20,6 procent, na brandend maagzuur met 30,9 procent en buikpijn met 24,8 procent.⁴

Wat dat voor jou betekent: ongeveer één op de vijf mensen in die peiling meldde hetzelfde.

En de grens ervan: mensen vulden dit zelf in op hun telefoon, in de Verenigde Staten, over 7 dagen. Over oorzaak zegt het niets.

13 tegen 6. Van dezelfde 29 mensen met klachten kwamen er 13 boven de symptoomdrempel na de inuline en 6 na de glucose, terwijl de MRI-beelden en de ademtesten van wie wel en wie niet reageerde vergelijkbaar waren.¹

In die studie zat het verschil dus niet in de gasvorming.

Het moment dat je de kaart leest en geen gerechten ziet

Je kent dit moment.

Je zit in een restaurant. De kaart komt. Je leest geen gerechten, je maakt inschattingen. De pasta: waarschijnlijk veilig. De soep: geen idee wat erin zit. De salade met rauwe ui: vanavond niet.

Twee handen houden een dichtgeslagen menumap vast aan een restauranttafel
De kaart komt, en je leest geen gerechten.

En op de achtergrond die ene gedachte die er al jaren zit: "iedereen aan deze tafel bestelt gewoon eten."

Al dat inschatten kost je elke keer energie, en het levert niets op.

Want je bent al die jaren bezig geweest met wat er in je bord ligt, terwijl het onderzoek laat zien dat het gaat om de gevoeligheid van je darmwand.

Daarom klopte je lijstje nooit. Je hield het verkeerde bij.

Dat ligt aan de methode. Niet aan jou.

Waarom elk middel een week werkte en toen stopte

De middelen tegen gas. Of je ze gebruikt, bepaal je natuurlijk zelf.

Maar besef waar ze op mikken: op de hoeveelheid gas in je darmen. Verder gaan ze niet. Aan de gevoeligheid van je darmwand veranderen ze niets. En juist die hoeveelheid werd in de MRI-studie gemeten, en week daar nauwelijks af van de hoeveelheid bij mensen zonder klachten.¹

In die studie vonden de onderzoekers dus geen overschot aan gas om weg te halen.

Voedingsmiddelen schrappen, één voor één. Of je iets weglaat bepaal je natuurlijk zelf.

Maar weet wat je doet. Doe je het alleen, met lijstjes van internet, dan wordt je lijst met verboden eten steeds langer. Over een paar weken staat daar ook het eten op dat vandaag nog veilig leek. Dat merkte je zelf al.

Een broodje, een schaaltje gesneden rauwe ui en een punt kaas op een snijplank naast een leeg bord
De lijst met wat eruit moet, weer een stukje langer.

Langzamer kauwen, staand eten, de hele etiquette. Onschuldig en af en toe zinnig. Maar het vertelt je niets over de vraag die ertoe doet: is het bij jou de inhoud van je darmen, de doorstroming, de gevoeligheid van je darmwand of de activiteit van je buikspieren die meespeelt?²

Drie middelen, één gedeeld probleem: geen ervan maakt duidelijk welk van die vier bij jou meespeelt.

Het probleem zit in de middelen die je hebt geprobeerd, die schieten tekort. Niet jij, het is niet jouw schuld. Het kan anders.

Breng eerst je eigen patroon in kaart. Kies daarna pas een middel.

Uit deze twee publicaties komen vier mechanismen naar voren.¹ ²

  1. De inhoud van je darmen en de fermentatie daarvan.
  2. De doorstroming, dus hoe snel het door je darmen beweegt.
  3. De gevoeligheid van je darmwand zelf.
  4. De activiteit van je buikspieren.

Bij alle vier zie je aan de buitenkant hetzelfde: diezelfde broek die om vier uur niet meer past. Bij elk ervan ligt de zinnige vervolgstap ergens anders.

De eerste stap is dus geen volgend middel. Het is een geordende analyse van je eigen patroon: wat er gebeurt, wanneer, waarna, en waar het mee samenvalt.

Eén voorwaarde. Die analyse moet je hele patroon meenemen en niet één losse klacht. In de MRI-studie kwam het verschil pas naar voren toen de metingen en de klachten van de deelnemers naast elkaar werden gelegd.¹ Met alleen de scanner was het niet te zien.

Je analyse moet dus twee dingen meenemen: wat er op één dag gebeurt, en wat er over meerdere weken verandert.

Zo'n analyse is iets anders dan iets kopen. Het kost je geen wilskracht en het verbiedt je geen eten.

Je weet er alleen meer door dan je vanochtend wist.

Een gratis, gevalideerde vragenlijst, vijf minuten, zonder account

BioProfile heeft die analyse gebouwd. Een wetenschappelijk gevalideerde vragenlijst, vijf minuten, gratis en zonder account.

Hij brengt in kaart welke klachten je hebt, wanneer ze komen en waar ze mee samenvallen, en laat zien welke signalen in jouw profiel het hardst spreken. Daarmee krijgt je volgende stap een richting.

Geen medisch onderzoek. Een analyse van je eigen antwoorden. Je gebruikt de uitkomst zelf, of je legt hem op tafel bij je arts of je coach.

Het lijstje in je hoofd komt nooit tot een conclusie. Deze analyse wel.

Stop met raden welk voedingsmiddel het was

Je doet al jaren je eigen onderzoek naar je eigen buik. Vijf minuten geven je voor het eerst een uitkomst in plaats van een vermoeden.

Doe de gratis check. Zonder account, en er valt niets te kopen.

Vanmiddag om vier uur weet je meer over je eigen patroon dan na alle middelen tegen gasvorming die je ooit gekocht hebt.

Nog één avond gokken kost je meer dan die vijf minuten.

Onze wetenschappelijk gevalideerde vragenlijst geeft je antwoorden

De scan is geen medisch onderzoek. Een analyse van je eigen antwoorden. Raadpleeg bij aanhoudende klachten je arts.

Bronnen

  1. Major G, et al. (2017). Colon hypersensitivity to distension, rather than excessive gas production, produces carbohydrate-related symptoms in individuals with irritable bowel syndrome. Gastroenterology 152(1):124-133.e2. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/27746233/
  2. Malagelada JR, Accarino A, Azpiroz F (2017). Bloating and abdominal distension: old misconceptions and current knowledge. American Journal of Gastroenterology 112(8):1221-1231. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/28508867/
  3. Sperber AD, et al. (2021). Worldwide prevalence and burden of functional gastrointestinal disorders, results of Rome Foundation Global Study. Gastroenterology 160(1):99-114.e3. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/32294476/
  4. Almario CV, et al. (2018). Burden of gastrointestinal symptoms in the United States: results of a nationally representative survey of over 71,000 Americans. American Journal of Gastroenterology 113(11):1701-1710. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/30323268/