Gepubliceerd in Behavioral and Brain Sciences · De bevinding van ongeveer vier eenheden
De naam die je kwijt bent, het woord dat wegvalt, dat "waarvoor kwam ik hier ook alweer". Onderzoekers hebben uitgerekend hoeveel een mens tegelijk kan vasthouden, en dat getal is klein. Een gratis check van vijf minuten laat zien hoe het met jouw helderheid gaat.
"Vroeger hield ik alles in m'n hoofd. Nu schrijf ik alles op en raak ik nog steeds dingen kwijt."
Als die zin voor jou klopt, lees dan verder.
Ik ben Jesse van der Velde. Geen goeroe en geen dokter. Ik bestudeer en deel wat gepubliceerd onderzoek zegt over hoe het geheugen van een mens werkelijk werkt.
Ik wil je één getal meegeven. Het verandert wat je tegen jezelf zegt als de volgende naam niet bovenkomt.
Het getal is vier. Geen veertig. Vier.

VIDEO SLOT · plaats hier een video of embed
Als een woord halverwege je zin wegvalt, is het oordeel er meteen. En boven de 45 komt er een verhaal bij: het begint, ik ga achteruit, mijn geheugen wordt elk jaar minder. Op verjaardagen maken we er te harde grappen over.
Maar dat heb je nooit gemeten.
Met dat oordeel vergelijk je jezelf met hoe je denkt dat je vroeger was. Dat beeld komt uit je herinnering.
Wat wel is veranderd, is hoeveel er per uur op je afkomt. Meer kanalen. Vaker wisselen. Meer dingen die tegelijk openstaan.
De verkeerde vijand is je brein. En ik laat je hieronder zien waarom.
In 2001 publiceerde Behavioral and Brain Sciences een analyse van Nelson Cowan.¹
Wat er onderzocht werd: hoeveel losse dingen een mens tegelijk kan vasthouden in het werkgeheugen. Dat is het geheugen dat je gebruikt terwijl je ergens mee bezig bent.
Hoe: Cowan legde de capaciteitsexperimenten uit decennia aan onderzoek naast elkaar en keek naar vier soorten situaties waarin die grens zichtbaar wordt: als er zoveel informatie tegelijk komt dat groeperen niet lukt, als groeperen en stil herhalen worden geblokkeerd, als een prestatie op een bepaald punt inzakt, en waar diezelfde grens indirect doorwerkt.
De bevindingen: onder die voorwaarden ligt de betrouwbare capaciteit gemiddeld rond de vier eenheden. Onderzoekers noemen zo'n eenheid een "chunk": één brok informatie die je als één ding vasthoudt. Anderen waren daarvoor al uitgekomen op drie tot vijf, en Cowan betoogt dat die kleinere grens de echte is. Het getal zeven uit 1956 was volgens hem meer een ruwe schatting en een retorisch middel dan een echte grens.
Plat gezegd: je houdt er ongeveer vier tegelijk vast.
En wees eerlijk over wat dit stuk is. Cowan deed zelf geen experiment. Zijn artikel verscheen samen met open commentaar van vakgenoten, een publicatievorm die uitgaat van tegenspraak. De vier is een gemiddelde uit afgebakende laboratoriumtaken, geen vaste eigenschap van jouw hoofd en geen maat voor je geheugen in het dagelijks leven.
Tel op wat jouw dinsdag op die vier wil leggen: de vergadering, het onbeantwoorde bericht, de kinderen ophalen, en dat ding waarvoor je de keuken in liep.
Er komt nog iets bij.
In 2003 publiceerde Trends in Cognitive Sciences een overzichtsartikel van Stephen Monsell over taakwisselingen.²
Wat er onderzocht werd: wat er gebeurt als je van de ene taak naar de andere gaat.
Hoe: Monsell vatte experimenten samen waarin mensen steeds moesten wisselen tussen een klein aantal simpele taken, zodat je de kosten van de wissel zelf kunt uitrekenen. Zelf verzamelde hij geen nieuwe gegevens.
De bevindingen: direct na een wissel zijn mensen duidelijk langzamer en maken ze meestal meer fouten. Onderzoekers noemen dat de "wisselkosten".
In een deel van de experimenten wisten mensen van tevoren dat de wissel eraan kwam. Dat is de vergelijking die het eerste onderzoek niet heeft. Dan worden de wisselkosten kleiner. Weg zijn ze niet.
Monsell wijst twee oorzaken aan: de vorige taak werkt in je hoofd na, soms even en soms veel langer, en je aandacht opnieuw instellen op de volgende taak kost tijd.
Wat dit onderzoek niet kan zeggen: het gaat over simpele labtaken uit 2003, zonder meldingen, mail of telefoon. Er staan geen seconden en geen percentages in. Wie je vertelt hoeveel minuten een onderbreking kost, haalt dat getal ergens anders vandaan.
Dan is er nog de staat waarin je dit alles doet. Ook die is gemeten.
In 2026 publiceerde Medicine and Science in Sports and Exercise een gerandomiseerd crossover-onderzoek met 117 volwassenen.³
Wat er onderzocht werd: wat langdurig ingespannen denken doet met de reactietijd op een GoNoGo-test.
Hoe: 117 deelnemers, van wie 57 vrouwen, gemiddelde leeftijd 32 jaar. Iedereen deed allebei de sessies. De ene keer 45 minuten een Stroop-taak, afgestemd op het niveau van de deelnemer. De andere keer een zelfgekozen documentaire, even lang. Daarna steeds dezelfde GoNoGo-test van zes minuten, waarin je afwisselend moet reageren of je reactie juist moet inhouden.
De bevindingen: na de Stroop-taak was de reactietijd op de GoNoGo-test slechter dan na de documentaire (P < 0,001).
Deze opzet kan iets wat de vorige twee niet kunnen: dezelfde mensen deden beide sessies, dus je vergelijkt iemand met zichzelf. Wat er dan ontstaat heet "mentale vermoeidheid": geen stemming, maar iets dat terugkomt in de metingen.
Wat het niet kan zeggen: die vermoeidheid werd opgewekt met een labtaak; een echte werkdag vol schermen is niet getest. Het gemeten effect is klein (ηp2 = 0,07). Er wordt geen blindering beschreven. En er is geen voeding en geen supplement in getest.
Zet de drie bevindingen naast elkaar.
Veertig is geen meting. Het is de orde van grootte van een gewone dag, en die ligt ver boven vier.
Geen van deze drie metingen zegt dat er iets mis is met jouw hoofd.
Herken je dit? Doe nu de gratis check.
Onze wetenschappelijk gevalideerde vragenlijst geeft je antwoorden
Ongeveer 4. Het aantal eenheden dat je werkgeheugen betrouwbaar tegelijk vasthoudt, gemiddeld over decennia aan experimenten.¹
Elke wissel kost je iets. Direct na een taakwisseling zijn mensen langzamer en maken ze meestal meer fouten. Een aankondiging vooraf maakt die kosten kleiner, maar haalt ze niet weg.²
45 minuten. Zo lang duurde de Stroop-taak in het crossover-onderzoek uit 2026. Daarna was de reactietijd van 117 volwassenen slechter dan na de documentaire.³ Tel de blokken van 45 minuten in je dag.
Je stelt twee mensen aan elkaar voor. Je kent beide namen. Een van de twee ken je al elf jaar.
En precies op het moment dat je de naam wilt zeggen, komt hij niet. Je blijft glimlachen terwijl je een kleur krijgt.

Kijk wat er dan gebeurt. Je houdt er ongeveer vier tegelijk vast,¹ en je bent al bezig met het voorstellen zelf, met wie er meeluistert en met wat je hierna wilde zeggen. Je hebt de hele ochtend gewisseld tussen taken, en elke wissel kostte je snelheid en nauwkeurigheid.² En je doet dit met een hoofd dat die ochtend al uren ingespannen heeft gedacht, wat de reactie meetbaar trager maakt.³
Twintig seconden later kwam die naam alsnog. Zoals altijd.
Het probleem was nooit je hoofd. Dat deed wat een hoofd doet. Het probleem was dat je niet wist hoeveel het tegelijk vasthoudt.
Denk hier eens over na. Geen van die drie metingen gaat over verval.
Alles opschrijven. Verstandig, en doe dat vooral. Maar besef wat het wel en niet doet. Een lijst haalt de opslag uit je hoofd: je hoeft niet meer te onthouden dát iets moet gebeuren. Wat het niet doet: op het moment zelf heb je er nog steeds maar ongeveer vier.¹ En zeventien lijsten nakijken is zeventien keer wisselen, met bij elke wissel opnieuw die kosten.² Je hebt je opslag geordend en je werkgeheugen net zo vol gelaten.

De breintrainingsapps. Hoe je je vrije tijd besteedt ben je natuurlijk vrij in. Maar wees eerlijk over wat je koopt: van puzzels word je beter in puzzels. Jouw probleem is hoeveel je vasthoudt tijdens een echte dag, en in welke staat je dat doet. Een app meet geen van beide, en het abonnement loopt door.
Het weggrappen. "Ouderdom, haha." Het werkt even: je bent het moment door en niemand vraagt door. Maar besef wat het je kost. Je geeft jezelf hardop een verklaring die op geen enkele meting rust. Er verandert niets.
Drie strategieën, één gedeeld probleem: geen ervan kijkt naar hoeveel jij kunt vasthouden, en geen ervan meet in welke staat je dat doet.
Je hoofd houdt er ongeveer vier tegelijk vast, en je dag vraagt er veel meer. Dat verschil ben je achteruitgang gaan noemen.
Niet jij schiet tekort. De strategieën schieten tekort, en je hebt ze gekozen zonder ooit te weten waar je stond. Het kan anders.
Dit is de essentie. Zodra je weet hoeveel je hoofd tegelijk vasthoudt en wat elke wissel kost, valt het werk in twee stappen uiteen.
De voorwaarde bij stap twee: de analyse moet uit jouw eigen patroon komen. Uit jouw dagen, jouw klachten, jouw context. Niet uit een verjaardagsgrap of één slechte dinsdag.
En de volgorde ligt vast. Werken aan je staat zonder eerst te weten waar je staat is opnieuw gokken, en die fout heb je vaak genoeg gemaakt.
Je bent vijf minuten verwijderd van die analyse, en hij is gratis.
BioProfile heeft die analyse gebouwd. Een wetenschappelijk gevalideerde vragenlijst, vijf minuten, gratis en zonder account. Hij brengt in kaart hoe het staat met je focus, je helderheid en je energie, en laat zien waar je antwoorden het sterkst afwijken. Geen medisch onderzoek. Een analyse van je eigen antwoorden. Je gebruikt de uitkomst zelf, of je legt hem op tafel bij je arts of je coach.
En dan de dagelijkse kant. Dat doe ik elke ochtend hetzelfde: Green Juice van Superfoodies, een plantaardige all-in-one dagelijkse drinkmix met meer dan 44 ingrediënten, waaronder vitamines, mineralen, kruiden, grassen, fruit, groenten, algen, probiotica en spijsverteringsenzymen. De B-vitamines erin en mineralen als chroom en kalium dragen bij tot een normale energieleverende stofwisseling en tot de vermindering van vermoeidheid en moeheid door de dag heen.
Om precies te zijn: het is een voedingsbasis. Het doet geen belofte over je geheugen en geen over je concentratie. De analyse vertelt je waar je nu staat. Hoe vaak je per uur van taak wisselt, blijft jouw keuze.
De volgende keer dat een naam niet komt, weet je wat er gemeten is. Ongeveer vier eenheden tegelijk.¹ Wisselkosten elke keer dat je van taak wisselt.² En de staat waarin je op dat moment verkeert.³
Dan concludeer je niet meteen dat je achteruitgaat.
Wat nog ontbreekt, is de analyse zelf. Je beoordeelt jezelf al jaren zonder ooit gemeten te hebben waar je staat. Doe hem nu: vijf minuten, gratis, zonder account, en er valt niets te kopen. Lees daarna de uitkomst.
Onze wetenschappelijk gevalideerde vragenlijst geeft je antwoorden
De scan is geen medisch onderzoek. Een analyse van je eigen antwoorden. Raadpleeg bij aanhoudende klachten je arts.