Gepubliceerd onderzoek naar wat het lichaam doet nadat een dieet is afgelopen · Lees dit voordat je maandag opnieuw begint
Geen nieuw plan. Geen strengere regels. Een gratis check van vijf minuten die laat zien welke signalen in jouw eigen antwoorden het hardst spreken.
"Ik weet precies wat ik zou moeten doen. Ik kan er alleen niet vanaf blijven."
Zeg die zin eens hardop.
Je weet hoe dit gaat. Om tien uur 's avonds voor de koelkast staan. 's Avonds nog iets zoets willen terwijl je al vol zit. Een tweede portie die je niet besloten hebt te nemen. Twee uur later weer honger na een volledige maaltijd. Tijdens je werk aan eten denken. Staan te eten in de keuken zonder het te proeven. Maandag opnieuw beginnen, opnieuw. Een zak leegeten die je alleen wilde openmaken.
Ik ben Jesse van der Velde. Geen goeroe en geen dokter. Ik bestudeer en deel wat gepubliceerd onderzoek zegt over hoe een lichaam ouder wordt. Dat test ik al ruim veertien jaar op mezelf en met de mensen die ik begeleid.
Wat ik veel mensen hoor zeggen is "ik wil het blijkbaar gewoon niet genoeg".
Want er is gepubliceerd werk over wat een lichaam doet nadat je een tijd minder hebt gegeten, en dat loopt jaren door nadat het dieet is afgelopen.

VIDEO SLOT · plaats hier een video of embed
Bijna alle goeroe’s zeggen het: Stel doelen. Zorg dat je gemotiveerd bent.
Zie je droomlichaam voor je. Vind je redenen waarom je het wilt.
De opdracht is steeds dezelfde: creëer meer vastberadenheid en gezonder eten volgt vanzelf.
Die opdracht heeft één probleem. Het zegt niets over honger, en honger is het deel dat beslist.
De opdracht vraagt je om iets (je doel), nog méér te willen dan je honger hebt.
Maar honger is biochemisch. Het is meetbaar in een lab.
Echter dat “willen” moet jij die avond zelf opbrengen, in je eentje. En dat is niet gemakkelijk. Sterker nog: het blijkt bijna onmogelijk om te vechten tegen die biochemie.
In 2014 publiceerden Gregory Morton, Thomas Meek en Michael Schwartz een overzichtsartikel in Nature Reviews Neuroscience.¹
Wat er onderzocht werd: hoe wat je eet en wat je verbruikt in evenwicht worden gehouden, en wat er gebeurt als dat evenwicht opzij wordt gezet.
Hoe: een overzicht van de neurobiologie, verzameld rond één onderscheid. Er is een homeostatisch systeem dat als taak heeft de hoeveelheid lichaamsvet over de tijd stabiel te houden. Dat systeem, wil dus je lichaamsvet in stand houden. Als neuro-biologisch systeem om te kunnen overleven.
Tegelijkertijd, zijn er zijn wat de auteurs noodcircuits noemen, die het eten aansturen als reactie op dringende of belastende dingen.
Deze activeren je hongergevoel. Je “moet eten”, om je lichaamsvet in stand te houden.
De bevindingen: het homeostatische systeem kan door die noodcircuits opzij worden gezet.
Als die “noodcircuits” stilgehouden worden, ze zijn “in rust”, dan is er geen sterk hongergevoel. Geen sterke trigger om te gaan eten.
Maar als ze te lang “aan” staan, dan kan dat een drastische toename in lichaamsvet veroorzaken.
Wat de onderzoekers in deze studio uitleggen:
het lichaam herkent een biologisch-verdedigbaar niveau van lichaamsvet.
Lees dat nog eens. Geen gewicht dat je toevallig hebt. Een gewicht dat je lichaam verdedigt.
Nu hoe dat verdedigen eruitziet in een laboratorium.
In 1995 publiceerden Rudolph Leibel, Michael Rosenbaum en Jules Hirsch een onderzoek in de New England Journal of Medicine.²
Wat er onderzocht werd: wat er met het energieverbruik gebeurt als het lichaamsgewicht bewust wordt verplaatst, omhoog zowel als omlaag.
Hoe: 18 mensen met overgewicht en 23 die dat nooit hadden gehad. Het energieverbruik over 24 uur, in rust en in beweging, plus de energie die het eten zelf kost, werd herhaaldelijk gemeten op hun gewone gewicht, opnieuw nadat ze via minder eten 10 tot 20 procent daaronder waren gebracht, en opnieuw nadat ze via meer eten 10 procent daarboven waren gebracht.
De bevindingen: een gewicht van 10 procent of meer onder het startpunt vasthouden ging samen met een daling van het totale energieverbruik van 6 ± 3 kcal per kilogram vetvrije massa per dag in de groep zonder overgewichtverleden, en 8 ± 5 in de groep met overgewicht.
Een gewicht van 10 procent daarboven vasthouden ging samen met een stijging van 9 ± 7 en 8 ± 4. Beide richtingen, in beide groepen. En de omvang van de verandering hing niet samen met hoeveel vet iemand droeg, en ook niet met geslacht.
Die symmetrie is het punt.
Een lichaam duwt terug tegen een verandering in allebei de richtingen, en het deed dat hier ook bij mensen die nooit zwaar zijn geweest.
Het lichaam waarborgt dus jouw huidige lichaamssamenstelling.
Het werkt biochemisch gezien tegen je doelen in. Dat maakt lichaamsverandering zo lastig voor veel mensen.
Maar het is niet onmogelijk.
Herken je dit? Doe nu de gratis check.
Onze wetenschappelijk gevalideerde vragenlijst geeft je antwoorden
50 mensen, tien weken, een jaar nameten. In 2011 publiceerden Priya Sumithran en collega's een klinisch onderzoek in de New England Journal of Medicine. 50 patiënten met overgewicht volgden tien weken lang een dieet met zeer weinig energie. Leptine, ghreline, peptide YY, gastric inhibitory polypeptide, glucagon-like peptide 1, amyline, pancreatisch polypeptide, cholecystokinine en insuline werden gemeten bij de start, na tien weken, en opnieuw na 62 weken. En ook hoe hongerig mensen zeiden te zijn.³
13,5 kilo, en een eetlust die omhoog ging. De gemiddelde verandering over de tien weken was 13,5 ± 0,5 kg. Leptine, peptide YY, cholecystokinine en insuline daalden allemaal (P<0,001 voor elk) en amyline daalde (P=0,002). Ghreline steeg (P<0,001), net als gastric inhibitory polypeptide (P=0,004) en pancreatisch polypeptide (P=0,008). De zelf gerapporteerde eetlust steeg significant (P<0,001).³
Een jaar later was daar niets van teruggegaan. Na 62 weken lagen leptine, peptide YY, cholecystokinine, insuline, ghreline, gastric inhibitory polypeptide en pancreatisch polypeptide nog steeds significant anders dan bij de start, en de honger ook (P<0,001).³
Dit is wat dat betekent:
Twaalf maanden nadat die tien weken waren afgelopen, was het gemeten hongersignaal nog steeds het signaal dat ze ook tijdens het dieet hadden.
Zes jaar, en één resultaat dat de andere kant op wijst. In 2016 publiceerden Erin Fothergill en collega's in Obesity een vervolgmeting bij 14 van de 16 mensen uit een televisiewedstrijd. Aan het eind van die wedstrijd van 30 weken was de gemiddelde verandering 58,3 ± 24,9 kg en was de ruststofwisseling gedaald met 610 ± 483 kcal per dag. Zes jaar later was 41,0 ± 31,3 kg teruggekomen, en lag de ruststofwisseling 704 ± 427 kcal per dag onder het startpunt.⁴
Nu het deel dat niet in het makkelijke verhaal past, op hetzelfde formaat afgedrukt. Hoeveel er terugkwam hing niet samen met hoeveel vertraging iemand aan het eind van de wedstrijd had (r = -0,1, P = 0,75). En de mensen die er na zes jaar het meeste vanaf hielden waren juist degenen met op dat moment de meeste vertraging (r = 0,59, P = 0,025).⁴
De vertraging is dus echt, en ze liet de uitkomst open. Wie je vertelt dat jouw stofwisseling heeft bepaald hoe dit bij jou is gelopen, gaat verder dan dit onderzoek ging.
Jij kent je eigen versie hiervan. Laat me je een voorbeeld geven van één van mijn cliënten.

Dinsdagavond. Werk gedaan. Kinderen op bed. En zij stond te eten in de keuken zonder dat ze dat met intentie had gedaan. Oftewel: ze was eigenlijk gedachtenloos naar de keuken gaan lopen, en gaan eten.
Daarna stond ze daar twintig minuten boos op zichzelf te zijn, wat langer duurde dan het eten zelf.
Jarenlang oordeelde ik daar over, ook bij m’n cliënten. Ik coachde hun er op. Zei: je moet meer gemotiveerd zijn.
Wat ik nu begrijp: dit punt was telkens op week 6, precies zoals tijdens de studie. Het moment dat het lichaam zichzelf begint te verdedigen. Je gewicht probeert zichzelf in stand te houden.
Een oordeel over je karakter brengt je niets. Er komt niets constructiefs uit voort. Je kunt niet harder je best doen om minder honger te hebben.
Wat jouw lichaam verdedigt, en hoe lang al, is meetbaar. Het jouwe is nog niet gemeten.
1. Maandag opnieuw beginnen, deze keer strenger.
Of je opnieuw begint ben je natuurlijk vrij in, en opnieuw beginnen is beter dan jezelf opgeven.
Maar besef wat het wel en niet doet. Een strengere versie levert je een snellere tien weken op. Het doet niets aan maand twaalf, en na 62 weken stond in dat onderzoek elk gemeten hormoon nog waar het dieet het had gezet, en de honger ook.³
Hoe je het wel doet, ga ik je uitleggen.
2. Het slechte eten uit huis halen.
Een lege kast haalt de mogelijkheid weg die vóór je staat. Dat is de moeite waard en het is iets anders dan minder honger hebben.

Wat het onderzoek mat was de eetlust zelf, en die ging omhoog en bleef een jaar lang omhoog.³ Een lege kast heeft op dat getal geen invloed. Het verplaatst het moment naar de winkel.
3. Besluiten dat je het meer moet willen.
Hier klopt het doel niet, in plaats van de inspanning. In het laboratoriumonderzoek veranderde het energieverbruik in allebei de richtingen, en die verandering hing niet samen met hoeveel vet iemand droeg of met geslacht.² Een reactie die ook optreedt bij mensen die nooit zwaar zijn geweest is geen karaktertrek.
4. Je stofwisseling overal de schuld van geven.
Dit is de omgekeerde fout en er valt net zo weinig mee te doen. De meting na zes jaar vond dat hoeveel er terugkwam niet samenhing met de vertraging aan het eind van de wedstrijd, en dat de mensen die er het meeste vanaf hielden juist de meeste vertraging hadden.⁴ De vertraging is echt. Zij doet het beslissen niet.
Vier zetten, één gedeeld probleem: geen ervan begint bij wat er bij jou werkelijk speelt.
Het advies dat je van anderen kreeg faalde. Jij hebt niets fout gedaan. En het kan anders.
Dit is de essentie. Als een lichaam een niveau in beide richtingen verdedigt, dan is "hoeveel wilskracht heb ik" niet langer de nuttige vraag.
De vraag wordt: wat verdedigt mijn lichaam, en wat kost dat me op een gewone dag?
Hoe vaak de trek in iets zoets komt, en hoe sterk. Hoeveel je op een gewone dag beweegt. Hoe vaak er groente of fruit op je bord ligt. Wat er in je familie zit. Of iemand ooit heeft gezegd dat een waarde te hoog was.
En de eerlijke grens, die de scan zelf afdrukt: dit is een risicobeeld, geen klachtenscore, en bloedonderzoek bevestigt het.
Dat is wat het onderzoek beschikbaar maakte. Morton en collega's gaven het verdedigde niveau een naam, en de circuits die er dwars doorheen gaan.¹ Leibel en collega's maten het verdedigen in allebei de richtingen.² Sumithran en collega's lieten zien dat het eetlustsignaal een jaar later nog veranderd was.³ Fothergill en collega's volgden het tot zes jaar en drukten het resultaat af dat het ingewikkelder maakt.⁴
Wat er niet was: een manier om jouw eigen antwoorden daarnaast te leggen.
Op één voorwaarde. Die analyse moet over jou gaan: jouw trek, jouw beweging, jouw bord, jouw familie, vraag voor vraag naast wat gepubliceerd onderzoek beschrijft. Een algemeen lijstje met wilskrachttips vertelt je niet welke signalen in jouw antwoorden de harde zijn.
BioProfile heeft die eerste stap gebouwd. Een wetenschappelijk gevalideerde vragenlijst, vijf minuten, gratis en zonder account.
Je beantwoordt vragen over je beweging, je eten, je voorgeschiedenis en je trek. Daarna zie je welke signalen in jouw profiel het hardst spreken, en wat het onderzoek daarover zegt. Geen medisch onderzoek. Een analyse van je eigen antwoorden. Je gebruikt de uitkomst zelf, of je legt hem op tafel bij je arts.
Je doet de gratis check. Vijf minuten, zonder account, en er valt niets te kopen.
Zelfs als je er niets mee doet, heb je "ik wil het blijkbaar gewoon niet genoeg" ingeruild voor een analyse van je eigen antwoorden. Die ruil is vijf minuten waard.
En de volgende keer dat je om tien uur 's avonds voor de koelkast staat, weet je wat er verdedigd wordt en door wie.
Doe het nu deze pagina nog openstaat. Maandag komt hoe dan ook.
Onze wetenschappelijk gevalideerde vragenlijst geeft je antwoorden
De scan is geen medisch onderzoek. Een analyse van je eigen antwoorden. Raadpleeg bij aanhoudende klachten je arts.