Scans Start je analyse

BioProfile-analyse · energiescan

Elke middag die dip, en geen idee hoe moe je echt bent. Vijf vragen zetten er een getal op.

Je resultaat in 3 minuten

Het resultaatscherm van de BioProfile-energiescan op een telefoon, met een energiescore van 50 en de leesband merkbaar

Je energiescore over de afgelopen twee weken, met de leesband waar hij in valt en, per vraag, het getal dat je score omlaag of omhoog trok. Alles op je eigen scherm, in je dashboard, en over twee weken opnieuw.

Vijf vragen over de afgelopen twee weken, gemodelleerd naar een gevalideerde Nederlandse vermoeidheidsschaal. Je krijgt een energiescore van 0 tot 100 met de leesband erbij. Een analyse van je antwoorden, nooit een diagnose.

Gratis

5 vragen

Ongeveer 3 minuten

Score van 0 tot 100

Voornaam en e-mailadres invullen, en je energiescore staat in je dashboard.

Vijf vragen die blootleggen waarom je energie om drie uur op is, terwijl je verder gezond leeft

(en de wetenschappelijk onderbouwde reden dat het juist deze vijf zijn)

De ochtend gaat nog. Tegen de middag zakt het, om drie uur zit je met je derde koffie naar een scherm te staren, en ’s avonds is de bank het hoogst haalbare. Sporten stond op de planning; de planning wint het nooit van de bank. Je bent niet ziek. Je bent alleen moe, elke dag een beetje, en dat telt op.

Het lastige aan moe zijn is dat iedereen het is. Zeg het tegen een vriend en je krijgt een schouderklopje, zeg het tegen een huisarts en je krijgt een vragende blik, want moe is geen klacht, moe is het weer. En dus vergelijk je jezelf met gisteren, en gisteren was je ook moe, en dat maakt vandaag normaal. Zonder meetlat is elke dag normaal.

Onderzoekers die vermoeidheid wel wilden meten, deden dat met een patroon in plaats van een dag: hoe je energie door de dag heen loopt, hoe vaak hij inzakt, hoeveel je leunt op cafeïne, hoe snel je lichaam moe wordt, en hoe vaak je te op bent om iets te doen. Vijf vragen over twee weken, opgeteld tot een score van 0 tot 100. Geen diagnose. Wel een getal. En een getal kun je volgen.

De eerste twee vragen van de BioProfile-energiescan, over je energie door de dag heen en energiedips, elk met vijf antwoordmogelijkheden
Vraag 1 en 2 van 5. Je kiest per vraag het antwoord dat het dichtst bij je dagen van de afgelopen twee weken ligt.

De meeste mensen beginnen bij de oplossing

Een pot vitamines. Een sapkuur. Eerder naar bed, een andere koffie, een supplement dat een collega aanraadde. Allemaal begrijpelijk, en allemaal beginnen ze op dezelfde plek: bij wat je eraan gaat doen.

Daardoor weet je na drie weken nog steeds niet of het iets deed. Je hebt nergens vastgelegd hoe moe je was toen je begon, en vermoeidheid is nu net het gevoel dat elke dag opnieuw normaal wordt. Zonder beginwaarde is elke verandering een gevoel over een gevoel.

Wij analyseren eerst de echte oorzaak

Bij BioProfile draaien we de volgorde om. Eerst meten wat er nu is, met vragen die zijn gemodelleerd naar een schaal die iemand anders heeft gevalideerd, en pas daarna praten over wat je ermee doet. Analyseren, dan pas adviseren.

De energiescan is de eerste stap van die analyse, en een van de kortste.

Vraag naar wat je het liefst wilt verbeteren, in de BioProfile-scan, met meer energie aangevinkt
De scan begint bij wat jij zelf wilt verbeteren.

Wat je in ongeveer drie minuten terugkrijgt

Je begint met acht korte vragen over jezelf. Ze tellen niet mee in je score; ze zorgen ervoor dat we de rest goed kunnen lezen. Eentje mag je overslaan.

Daarna komen de vijf energievragen, over de afgelopen twee weken: hoe je energie door de dag heen loopt, hoe vaak je een dip hebt, hoeveel je leunt op cafeïne, hoe snel je lichamelijk moe wordt, en hoe vaak je te op bent om dingen te doen. Elke vraag heeft vijf antwoorden.

Je vult je voornaam en e-mailadres in. Je ziet meteen een eerste beeld, en met een tik op je dashboard staat je energiescore op je scherm, met de leesband erbij. In je mail zit een inloglink, zodat je je uitkomst later terugvindt en je scan kunt uitbreiden tot je volledige BioProfile.

Startscherm van de BioProfile-energiescan met de knop om te beginnen
Waar je binnenkomt als je op de knop op deze pagina klikt.

Dit staat er na ongeveer drie minuten op je scherm:

  • Je energiescore van 0 tot 100, over de afgelopen twee weken
  • De leesband waar je score in valt, van hoge vermoeidheidslast tot stabiel
  • Per vraag hoe zwaar die op je score woog, van laag naar hoog, zodat je ziet waar het knelt
  • Een eerlijke grens: wat een vragenlijst over vermoeidheid wel en niet kan zeggen
  • Een inloglink in je mail, zodat je je uitkomst kunt bewaren en over twee weken kunt herhalen
Het scherm waarin je je voornaam en e-mailadres invult om je resultaat te zien
Voornaam en e-mailadres, en je eerste beeld staat op je scherm.

Herhaal de scan over twee weken en je hebt geen gevoel meer over je energie, maar twee getallen.

Voornaam en e-mailadres invullen, en je energiescore staat in je dashboard.

Wat we je vragen

Deze scan gaat over de afgelopen twee weken. Je krijgt vijf vragen over je energie en je kiest per vraag het antwoord dat het dichtst bij je dagen ligt.

  • Energie door de dag heen
  • Energiedips
  • Afhankelijkheid van cafeïne
  • Lichamelijk moe worden
  • Te op om dingen te doen

Elke vraag telt even zwaar mee. Daarna leest de software je antwoorden per vraag terug, van laag naar hoog, zodat je ziet welke van de vijf je score het meest omlaag trok.

Vraag 3 en 4 van de BioProfile-energiescan: hoeveel je leunt op cafeïne en hoe snel je lichamelijk moe wordt
Vraag 3 en 4. Dezelfde twee weken, twee andere kanten van je energie.

Waarop deze scan gebaseerd is

gemodelleerd naar

Fatigue Assessment Scale

Tien vragen, gescoord van 10 tot 50, waarbij 22 of hoger op stevige vermoeidheid wijst, met een interne consistentie van 0,87 tot 0,90 en normen die ook werkende volwassenen bevatten in plaats van alleen patiënten. De schaal is oorspronkelijk in het Nederlands geschreven, en daarom is dit ons model voor de Nederlandse markt. Onze energievragen volgen hetzelfde eendimensionale construct.

Gemodelleerd naar, niet gevalideerd als, dit instrument.

Gevalideerd voor: vermoeidheidslast bij werkende volwassenen en patiënten.

Michielsen en collega’s, 2003.

Wat deze scan niet kan zeggen

Een beeld van vermoeidheid, geen oorzaak

Zelfrapportage geeft op geldige wijze weer hoeveel vermoeidheid je met je meedraagt, en dat is wat de gepubliceerde schaal meet. Het kan die vermoeidheid nergens aan toeschrijven: niet aan schildklier, ijzer, bloedsuiker, slaapkwaliteit of stemming. Onze vragen zijn eigen geformuleerd en gemodelleerd naar de gevalideerde schaal in plaats van een gelicentieerde kopie ervan. Bloedwaarden en slaapdata uit een wearable zijn de lagen die dit van een lastbeeld naar een verklaard beeld brengen.

BioProfile-scoreregels, meetklasse A, betrouwbaarheid begrensd op gemiddeld op basis van alleen vragenlijstgegevens.

Hoe je score is opgebouwd

Elke van de vijf vragen krijgt 0 tot 4 punten, van weinig last tot veel last. De punten worden opgeteld en omgerekend naar een energiescore van 0 tot 100. Hoger is beter.

0 tot 39

hoge vermoeidheidslast

40 tot 59

merkbaar

60 tot 79

mild

80 tot 100

stabiel

Leesbanden, geen klinische afkapwaarden. Je vragen over energie en vitaliteit zijn eigen geformuleerd en gemodelleerd naar gevalideerde instrumenten, dus er geldt geen gepubliceerde afkapwaarde voor precies deze score. Hoger is altijd gezonder.

Deze scan valt in meetklasse A: een vragenlijst is hier de gebruikelijke manier van meten, en toch blijft de betrouwbaarheid van je score begrensd op gemiddeld zolang alleen je antwoorden meetellen. Wat dat plafond optilt, zijn bloedwaarden en slaapdata van een wearable, en allebei kun je in je volledige BioProfile toevoegen.

Op je resultaatscherm staat die betrouwbaarheid als label naast je score: gemiddelde betrouwbaarheid, symptoomgebaseerd. Dat label is geen bijzin; het zegt precies hoeveel gewicht je aan het getal mag hangen.

De energievragen teruggelezen op het resultaatscherm van de BioProfile-scan, elk met je antwoord en een score van 0 tot 100
Zo bouwt de software je score op: elke vraag krijgt een eigen getal van 0 tot 100, de laagste bovenaan.

Wat de wetenschap hierover zegt

Deze pagina beschrijft een meetinstrument, dus hieronder staat waar dat instrument vandaan komt en wat er over onderzocht is. Elke bewering verwijst naar de bron waarin die staat.

Een op de vijf werkenden is moe, en bijna niemand meet het

Bültmann en collega’s legden rond 2000 de Checklist Individuele Spankracht voor aan 12.095 Nederlandse werknemers: 22 procent was vermoeid en 23 procent had psychische klachten. Van de vermoeiden had 43 procent alleen vermoeidheid, de rest allebei, en de twee bleken los van elkaar meetbaar.⁠1 Kant en collega’s beschreven in 2003 de opzet van dat Maastrichtse cohortonderzoek, dat in 1998 begon om langdurige vermoeidheid bij werkenden te volgen.⁠2

In de algemene bevolking is het niet beter. Van ’t Leven en collega’s ondervroegen 9062 inwoners van Nijmegen: 30,5 procent was langer dan zes maanden vermoeid, en een groot deel van hen was bij de huisarts niet als zodanig bekend.⁠3 In Noorwegen vond Loge in 1998 bij 3500 mensen dat 11,4 procent al zes maanden of langer stevig vermoeid was, vrouwen vaker dan mannen.⁠4 In de Verenigde Staten telde Ricci in 2007 een tweewekelijkse prevalentie van 37,9 procent onder werkenden, goed voor 136 miljard dollar aan verloren productieve werktijd per jaar.⁠5

Een op de vijf tot een op de drie, en vrijwel niemand heeft er een getal voor. Dat is de reden dat deze scan bestaat.

Waarom moe een slechte meetlat is voor moe

Lewis en Wessely gaven hun overzicht van het onderzoek in 1992 een titel die nog steeds klopt: de epidemiologie van vermoeidheid, meer vragen dan antwoorden.⁠6 Vercoulen en collega’s brachten in 1994 bij 298 patiënten met langdurige vermoeidheid negen losse dimensies in kaart, van slaap en functioneren tot psychisch welbevinden, waaruit later de Nederlandse vermoeidheidsvragenlijsten groeiden.⁠7

Van Dongen en collega’s lieten in 2003 zien hoe slecht je het zelf voelt: 48 gezonde volwassenen sliepen twee weken lang 4, 6 of 8 uur, en bij 6 uur of minder stapelden de tekorten in hun prestaties zich dag na dag op, terwijl ze zichzelf na de eerste dagen nauwelijks slaperiger vonden.⁠8 Wie zichzelf niet kan voelen, heeft een patroon nodig om naar te kijken. De vragen van deze scan volgen dezelfde gedachte: twee weken, opgedeeld in de onderdelen die ertoe doen.

Waarom juist deze vijf

De Fatigue Assessment Scale van Michielsen en collega’s telt tien vragen en werd in 2003 getoetst bij werkenden met minstens twintig uur per week: een hoge interne consistentie, de sterkste lading van vijf vermoeidheidsvragenlijsten op een enkele factor, en vermoeidheid bleek een ander construct dan sombere stemming of emotionele stabiliteit.⁠9,10 De Vries en collega’s vergeleken zes vragenlijsten bij werkenden en noemden de FAS de meest veelbelovende.⁠11

Hendriks en collega’s telden in 2018 na: de schaal was inmiddels in 26 aandoeningen gebruikt en in twintig talen beschikbaar.⁠12 De schaal is oorspronkelijk in het Nederlands geschreven, en daarom is dit ons model voor de Nederlandse markt. Onze vijf vragen volgen het eendimensionale construct van die schaal, met eigen woorden. Ze zijn er geen kopie van, en dat staat op de kaart hierboven in zoveel woorden.

Wat een lage score betekent, en vooral wat niet

Nijrolder en collega’s volgden in de Nederlandse huisartsenpraktijk 571 mensen die met vermoeidheid kwamen, een jaar lang: bij 46,9 procent vond de huisarts in dat jaar een aandoening of klacht die met de vermoeidheid te maken kon hebben, bij 8,2 procent een duidelijke lichamelijke oorzaak, en de helft kreeg geen verklaring.⁠13

Een vragenlijst kan die groepen niet uit elkaar halen, en dat pretendeert deze scan ook niet. Een lage score betekent dat verder kijken zinvol is, en verder niets. Vermoeidheid die nieuw, ernstig of toenemend is, zeker met gewichtsverlies, is een reden voor een arts en voor bloedonderzoek, en alleen een arts kan een diagnose stellen.

Waarom energie de moeite van het meten waard is

Puetz en collega’s voegden in 2006 het onderzoek naar regelmatig bewegen samen: bewegen gaf meer energie en minder vermoeidheid dan de controlegroepen, met een gemiddeld effect van 0,37.⁠14 Drake en collega’s gaven in 2013 een dosis van 400 milligram cafeïne op nul, drie en zes uur voor het slapengaan: alle drie verstoorden de slaap meetbaar ten opzichte van placebo, ook die van zes uur eerder.⁠15

Ricci vond dat werkenden met vermoeidheid 65,7 procent van de tijd productieve uren verloren door hun gezondheid, tegen 26,4 procent van de werkenden zonder.⁠5 Dat is samenhang, geen oorzaak, en zo staat het er in die studies ook. Wat het wel zegt: energie beweegt mee met bewegen, cafeïne en slaap, en wat meebeweegt kun je volgen.

Dit is waar de scan op staat. Nu jouw energiescore.

Voornaam en e-mailadres invullen, en je energiescore staat in je dashboard.

Geschreven door

Jesse van der Velde

Oprichter van BioProfile

Jesse van der Velde

Hij begeleidt sinds 2006 mensen naar een nieuw lichaam en optimale gezondheid, en schreef of was co-auteur van vijftien boeken over voeding en gezondheid. Voor altijd jong (2012) en Superfoodrecepten (2013) werden allebei nummer 1 in Nederland.

LinkedIn

Gepubliceerd op 27 augustus 2026 · Laatst bijgewerkt op 27 augustus 2026

Deze pagina is geschreven door BioProfile. BioProfile verkoopt gezondheidsproducten en deze scan is gratis: er hoort geen aankoop bij. De Fatigue Assessment Scale is niet van ons en niet vrij te gebruiken. Daarom stellen we onze eigen vijf vragen, gemodelleerd naar dat instrument, en noemen we ze nergens een gevalideerde kopie ervan.

Bronnen

Elke bron hieronder is nagelopen op de dag dat deze pagina werd gepubliceerd. De nummering volgt de tekst: bron 1 is de eerste waar de tekst naar verwijst, en het instrument waarop de scan gebouwd is staat ertussen op de plek waar het ter sprake komt.

  1. Bültmann U, Kant I, Kasl SV, Beurskens AJHM, van den Brandt PA. Fatigue and psychological distress in the working population: psychometrics, prevalence, and correlates. Journal of Psychosomatic Research, 2002. doi.org/10.1016/S0022-3999(01)00228-8
  2. Kant IJ, Bültmann U, Schröer KAP, et al. An epidemiological approach to study fatigue in the working population: the Maastricht Cohort Study. Occupational and Environmental Medicine, 2003. doi.org/10.1136/oem.60.suppl_1.i32
  3. van ’t Leven M, Zielhuis GA, van der Meer JW, Verbeek AL, Bleijenberg G. Fatigue and chronic fatigue syndrome-like complaints in the general population. European Journal of Public Health, 2010. doi.org/10.1093/eurpub/ckp113
  4. Loge JH, Ekeberg Ø, Kaasa S. Fatigue in the general Norwegian population: normative data and associations. Journal of Psychosomatic Research, 1998. doi.org/10.1016/S0022-3999(97)00291-2
  5. Ricci JA, Chee E, Lorandeau AL, Berger J. Fatigue in the U.S. workforce: prevalence and implications for lost productive work time. Journal of Occupational and Environmental Medicine, 2007. doi.org/10.1097/01.jom.0000249782.60321.2a
  6. Lewis G, Wessely S. The epidemiology of fatigue: more questions than answers. Journal of Epidemiology and Community Health, 1992. doi.org/10.1136/jech.46.2.92
  7. Vercoulen JHMM, Swanink CMA, Fennis JFM, et al. Dimensional assessment of chronic fatigue syndrome. Journal of Psychosomatic Research, 1994. doi.org/10.1016/0022-3999(94)90099-X
  8. Van Dongen HPA, Maislin G, Mullington JM, Dinges DF. The cumulative cost of additional wakefulness: dose-response effects on neurobehavioral functions and sleep physiology from chronic sleep restriction and total sleep deprivation. Sleep, 2003. doi.org/10.1093/sleep/26.2.117
  9. Michielsen en collega’s, 2003. pubmed.ncbi.nlm.nih.gov
  10. Michielsen HJ, De Vries J, Van Heck GL. Psychometric qualities of a brief self-rated fatigue measure: the Fatigue Assessment Scale. Journal of Psychosomatic Research, 2003. doi.org/10.1016/S0022-3999(02)00392-6
  11. De Vries J, Michielsen HJ, Van Heck GL. Assessment of fatigue among working people: a comparison of six questionnaires. Occupational and Environmental Medicine, 2003. doi.org/10.1136/oem.60.suppl_1.i10
  12. Hendriks C, Drent M, Elfferich M, De Vries J. The Fatigue Assessment Scale: quality and availability in sarcoidosis and other diseases. Current Opinion in Pulmonary Medicine, 2018. doi.org/10.1097/MCP.0000000000000496
  13. Nijrolder I, van der Windt D, de Vries H, van der Horst H. Diagnoses during follow-up of patients presenting with fatigue in primary care. Canadian Medical Association Journal, 2009. doi.org/10.1503/cmaj.090647
  14. Puetz TW, O’Connor PJ, Dishman RK. Effects of chronic exercise on feelings of energy and fatigue: a quantitative synthesis. Psychological Bulletin, 2006. doi.org/10.1037/0033-2909.132.6.866
  15. Drake C, Roehrs T, Shambroom J, Roth T. Caffeine effects on sleep taken 0, 3, or 6 hours before going to bed. Journal of Clinical Sleep Medicine, 2013. doi.org/10.5664/jcsm.3170

Start je energiescan

Vijf vragen, ongeveer drie minuten, en je energiescore staat in je dashboard. Je antwoorden blijven privé (AVG).

Voornaam en e-mailadres invullen, en je energiescore staat in je dashboard.

Andere scans

Wat dit niet zegt. Vermoeidheid is een klacht met veel mogelijke oorzaken, en een vragenlijst kan die niet uit elkaar halen. Schildklierproblemen, laag ijzer, laag vitamine B12, slaapapneu, medicatie en een sombere stemming lezen hier allemaal hetzelfde. Vermoeidheid die nieuw, ernstig of toenemend is, zeker in combinatie met gewichtsverlies, is een reden om naar een arts te gaan en bloed te laten prikken, en geen reden om aan gewoontes te werken.