BioProfile-analyse · darmscan
Je resultaat in 3 minuten

Je darmscore over de afgelopen weken, met de leesband waar hij in valt en, per vraag, het getal dat je score omlaag of omhoog trok. Alles op je eigen scherm, in je dashboard, en over twee weken opnieuw.
Zes vragen over de afgelopen weken, gemodelleerd naar twee gevalideerde klachtenschalen voor maag en darmen. Je krijgt een darmscore van 0 tot 100 met de leesband erbij. Een analyse van je antwoorden, nooit een diagnose.
Gratis
6 vragen
Ongeveer 3 minuten
Score van 0 tot 100
Voornaam en e-mailadres invullen, en je darmscore staat in je dashboard.
(en de wetenschappelijk onderbouwde reden dat het juist deze zes zijn)
Na de lunch zit je broek strakker dan ervoor. Je stoelgang is een loterij: drie dagen niets, dan een ochtend waarin je het huis niet uit durft. Een boterham doet soms niets en soms alles. En bij de huisarts komt het niet verder dan een schouderklopje, want je bent niet ziek. Je hebt alleen een buik waar je niet op kunt rekenen.
Het lastige aan darmklachten is dat er zoveel te koop is. Een ontlastingstest, een intolerantietest, een microbioomanalyse met een rapport van veertig pagina’s. Wat er niet te koop is, is een eerlijke beginwaarde: hoeveel last, hoe vaak, van wat. En zonder die beginwaarde weet je na de test nog steeds niet of het beter gaat, want je buik van gisteren onthoud je niet.
Onderzoekers die darmklachten wel wilden meten, deden dat met twee dingen: de vorm van je ontlasting, die verrassend goed vertelt hoe snel de passage gaat, en de klachten zelf, in clusters. Zes vragen over een paar weken, opgeteld tot een score van 0 tot 100. Geen diagnose. Wel een getal. En een getal kun je volgen.

Een probioticum. Gluten eruit, zuivel eruit, een dieet met een afkorting van vijf letters, meer vezels, minder vezels. Allemaal begrijpelijk, en allemaal beginnen ze op dezelfde plek: bij wat je eraan gaat doen.
Daardoor weet je na een maand nog steeds niet of het iets deed. Je hebt nergens vastgelegd hoe je buik was toen je begon, en darmklachten zijn nu net de klachten die van dag tot dag verspringen. Zonder beginwaarde is elke verandering een gevoel over een gevoel.
Wij analyseren eerst de echte oorzaak
Bij BioProfile draaien we de volgorde om. Eerst meten wat er nu is, met vragen die zijn gemodelleerd naar schalen die iemand anders heeft gevalideerd, en pas daarna praten over wat je ermee doet. Analyseren, dan pas adviseren.
De darmscan is de eerste stap van die analyse, en een eerlijke eerste stap vóór welke test dan ook.

Je begint met acht korte vragen over jezelf. Ze tellen niet mee in je score; ze zorgen ervoor dat we de rest goed kunnen lezen. Eentje mag je overslaan.
Daarna komen de zes darmvragen, over de afgelopen weken: de vorm van je ontlasting, buikpijn of ongemak, een opgeblazen gevoel, regelmaat, reflux of brandend maagzuur, en klachten na bepaalde voeding. Elke vraag heeft vijf antwoorden; de vraag over ontlastingsvorm heeft er zeven, de zeven typen van de schaal.
Je vult je voornaam en e-mailadres in. Je ziet meteen een eerste beeld, en met een tik op je dashboard staat je darmscore op je scherm, met de leesband erbij. In je mail zit een inloglink, zodat je je uitkomst later terugvindt en je scan kunt uitbreiden tot je volledige BioProfile.

Dit staat er na ongeveer drie minuten op je scherm:

Herhaal de scan over twee weken en je hebt geen gevoel meer over je buik, maar twee getallen.
Voornaam en e-mailadres invullen, en je darmscore staat in je dashboard.
Deze scan gaat over de afgelopen weken. Je krijgt zes vragen over je buik en je stoelgang en je kiest per vraag het antwoord dat het dichtst bij je gewone dagen ligt.
Elke vraag telt mee naar zijn eigen schaal. Daarna leest de software je antwoorden per vraag terug, van laag naar hoog, zodat je ziet welke van de zes je score het meest omlaag trok.

De eerste twee kaarten zijn de schalen waar de zes vragen op gemodelleerd zijn: de vorm van je ontlasting als passagesignaal, en de klachtenclusters. De derde kaart is de omschrijving die artsen gebruiken; die gebruiken we alleen om je patroon te beschrijven, en er komt geen diagnose uit: die kan alleen een arts stellen.
gemodelleerd naar
Een schaal van één vraag met zeven typen, gevalideerd tegen gemeten passagetijd door de darm. Type 1 tot 2 wijst op tragere passage, 3 tot 4 op het gebruikelijke bereik, 5 tot 7 op snellere passage. Daarom lezen we je antwoord over ontlasting als een passagesignaal en niet als een voorkeur.
Gemodelleerd naar, niet gevalideerd als, dit instrument.
Gevalideerd voor: passagetijd door de darm.
Lewis en Heaton, Scandinavian Journal of Gastroenterology, 1997.
gemodelleerd naar
Een schaal van 15 vragen met vijf klachtenclusters: reflux, buikpijn, indigestie, diarree en obstipatie. Die clusterstructuur gebruiken we als model voor welke vragen we stellen en hoe ze groeperen, en we scoren de ernst doorlopend, net als het origineel, zonder diagnostische band.
Gemodelleerd naar, niet gevalideerd als, dit instrument.
Gevalideerd voor: ernst van maag- en darmklachten.
Svedlund en collega’s, Digestive Diseases and Sciences, 1988.
alleen beschrijvend gebruikt
De Rome IV-criteria zijn hoe de maag-darm-leverziekten het klachtenpatroon van PDS omschrijven: terugkerende buikpijn met een verandering in frequentie of vorm van de ontlasting. We gebruiken de onderliggende symptoomvragen beschrijvend, om jouw patroon te beschrijven, en nooit de diagnostische regel, want dit is een analyse en geen diagnose.
Alleen beschrijvend gebruikt. De diagnostische regel erachter passen we hier niet toe.
Gevalideerd voor: diagnostische indeling van functionele darmaandoeningen.
Zelfrapportage geeft op geldige wijze de klachtenlast en het passagepatroon van de darm weer. Het kan geen prikkelbaredarmsyndroom of andere darmziekte vaststellen, en de vragen hierboven zijn eigen geformuleerd en gemodelleerd naar die instrumenten in plaats van gelicentieerde kopieën ervan. Dit is dus een gestructureerd, wetenschappelijk onderbouwd beeld en geen gevalideerde klinische score. Daarom staat je betrouwbaarheid ook op gemiddeld en niet op hoog: alleen bloed- of ontlastingsonderzoek kan dat optillen.
BioProfile-scoreregels, meetklasse A, betrouwbaarheid begrensd op gemiddeld op basis van alleen vragenlijstgegevens.
Elke vraag krijgt punten van weinig last tot veel last (ontlastingsvorm 0 tot 3, de andere vijf 0 tot 4), opgeteld en omgerekend naar een darmscore van 0 tot 100. Hoger is beter.
0 tot 39
hoge klachtenlast
40 tot 59
merkbaar
60 tot 79
mild
80 tot 100
lage last
Leesbanden, geen klinische afkapwaarden. Je vragen over darmgezondheid zijn eigen geformuleerd en gemodelleerd naar gevalideerde instrumenten, dus er geldt geen gepubliceerde afkapwaarde voor precies deze score. Hoger is altijd gezonder.
Deze scan valt in meetklasse A: een vragenlijst is hier de gebruikelijke manier om klachtenlast en passagepatroon te meten, en toch blijft de betrouwbaarheid van je score begrensd op gemiddeld zolang alleen je antwoorden meetellen. Wat dat plafond optilt, is bloed- of ontlastingsonderzoek, en dat kun je in je volledige BioProfile toevoegen.
Op je resultaatscherm staat die betrouwbaarheid als label naast je score: gemiddelde betrouwbaarheid, symptoomgebaseerd. Dat label is geen bijzin; het zegt precies hoeveel gewicht je aan het getal mag hangen.

Deze pagina beschrijft een meetinstrument, dus hieronder staat waar dat instrument vandaan komt en wat er over onderzocht is. Elke bewering verwijst naar de bron waarin die staat.
Sperber en de Rome Foundation ondervroegen 73.076 volwassenen in 33 landen: via internet voldeed 40,3 procent aan de omschrijving van minstens een functionele maag-darmklacht, in huisbezoeken 20,7 procent, vrouwen vaker dan mannen, en wie eraan voldeed had een lagere kwaliteit van leven en ging vaker naar de dokter.1 Lovell en Ford voegden 81 studies met 260.960 mensen samen: 11,2 procent heeft een prikkelbare darm, vrouwen 1,67 keer zo vaak.2 Suares en Ford vonden in 45 studies met 261.040 mensen 14 procent chronische obstipatie.3 El-Serag zette de bevolkingsonderzoeken naar reflux op een rij: in Europa 8,8 tot 25,9 procent, en stijgend sinds 1995.4
In Nederland lieten Flik en collega’s zien wat het kost: bij 326 mensen bij de huisarts stegen de zorgkosten met 486 euro per jaar nadat de prikkelbare darm was vastgesteld, bij 9274 mensen bij de specialist met 2328 euro.5
Een op de tien tot vier op de tien, en vrijwel niemand heeft er een getal voor. Dat is de reden dat deze scan bestaat.
Heaton en collega’s ondervroegen in 1992 1897 inwoners van Bristol en lieten ze drie stoelgangen bijhouden: een keer per dag was een minderheid, een regelmatig ritme van 24 uur had 40 procent van de mannen en 33 procent van de vrouwen, en maar 56 procent van de ontlasting bij vrouwen en 61 procent bij mannen was van het type dat het minst klachten geeft. Wat gewoon lijkt, is het dus voor minder dan de helft van de mensen.6
Lewis en Heaton lieten in 1997 bij 66 vrijwilligers zien waarom de vorm ertoe doet: de vorm van de ontlasting hing sterker samen met de gemeten passagetijd door de darm dan de frequentie of het gewicht, en bewoog mee toen de passage met medicijnen werd versneld en vertraagd.7 Blake en collega’s toetsten de schaal in 2016 bij 169 gezonde mensen: de gekozen typen hingen samen met het watergehalte van de ontlasting, en 81 procent van de proefmodellen werd goed ingedeeld.8 Daarom is de eerste vraag van deze scan een plaatje van zeven typen, en geen vraag naar hoe je stoelgang voelt.
Svedlund en collega’s bouwden in 1988 de Gastrointestinal Symptom Rating Scale, vijftien vragen die klachten in clusters ordenen, met een overeenstemming tussen beoordelaars van 0,86 tot 1,00.9 Onze vragen twee tot en met zes volgen die clusters met eigen woorden: pijn, opgeblazen gevoel, regelmaat, reflux, en de relatie met voeding. Ze zijn er geen kopie van, en dat staat op de kaart hierboven in zoveel woorden.
De vraag over voeding is er omdat het antwoord bijna altijd ja is: Böhn en collega’s vroegen het 197 mensen met een prikkelbare darm, en 84 procent noemde minstens een voedingsmiddel dat klachten gaf, met zuivel (49 procent), peulvruchten (36 procent) en appel (28 procent) bovenaan; hoe ernstiger de klachten, hoe meer voedingsmiddelen.10 Bijkerk en collega’s vonden bij 142 Nederlandse patiënten en 100 huisartsen dat buikpijn en een opgeblazen gevoel voor allebei de meest hinderlijke klachten waren, en dat patiënten aan voeding dachten waar huisartsen aan vezels dachten.11
De Rome IV-criteria beschrijven hoe artsen het klachtenpatroon van een prikkelbare darm omschrijven; Lacy en collega’s deelden de functionele darmklachten in 2016 in vijf groepen in.12,13 Deze scan gebruikt die omschrijving om je patroon te beschrijven en nooit als regel om iets vast te stellen: dat is geen diagnose, en alleen een arts kan een diagnose stellen. Sperber liet zien hoe gevoelig zo’n regel is: met de Rome IV-criteria voldeed 4,1 procent van de internetrespondenten aan een prikkelbare darm, met de oudere Rome III-criteria 10,1 procent.1
Ford en collega’s schreven in 2020 in The Lancet hoe een arts het wel doet: op de klachtengeschiedenis, met beperkt onderzoek, tenzij er alarmsignalen zijn zoals gewichtsverlies of bloed bij de ontlasting.14 Mujagic en collega’s in Maastricht vonden pas met een panel van acht bloed- en ontlastingsmarkers een gevoeligheid van 88 procent, en zelfs dat hing maar matig samen met de klachtenscore.15 Een lage score betekent dat verder kijken zinvol is, en verder niets. Bloed bij de ontlasting of afvallen zonder dat je het probeert zijn redenen voor een arts, en alleen een arts kan een diagnose stellen.
Bij Böhn hing het aantal voedingsmiddelen dat klachten gaf samen met een lagere kwaliteit van leven op slaap, energie, eten en sociaal functioneren.10 Bij Sperber gingen mensen met een functionele klacht vaker naar de dokter en leefden ze minder goed.1 Bij Flik stegen de kosten het meest bij wie naar de specialist ging, en de onderzoekers pleitten voor de huisarts als eerste stap.5
Dat is samenhang, geen oorzaak, en zo staat het er in die studies ook. Wat het wel zegt: een buik die van dag tot dag verspringt, is precies de klacht die een getal over een paar weken nodig heeft, en precies de klacht waar een eerlijke eerste stap goedkoper is dan een dure test.
Dit is waar de scan op staat. Nu jouw darmscore.
Voornaam en e-mailadres invullen, en je darmscore staat in je dashboard.
Deze pagina is geschreven door BioProfile. BioProfile verkoopt gezondheidsproducten en deze scan is gratis: er hoort geen aankoop bij. De Bristol Stool Form Scale en de Gastrointestinal Symptom Rating Scale zijn niet van ons en niet vrij te gebruiken. Daarom stellen we onze eigen zes vragen, gemodelleerd naar die instrumenten, en noemen we ze nergens een gevalideerde kopie ervan.
Elke bron hieronder is nagelopen op de dag dat deze pagina werd gepubliceerd. De nummering volgt de tekst: bron 1 is de eerste waar de tekst naar verwijst, en de drie instrumenten die de analyse noemt staan ertussen op de plek waar ze ter sprake komen.
Zes vragen, ongeveer drie minuten, en je darmscore staat in je dashboard. Je antwoorden blijven privé (AVG).
Voornaam en e-mailadres invullen, en je darmscore staat in je dashboard.
Wat dit niet zegt. Dit is een beeld van klachtenlast, geen diagnose. Het kan je niet vertellen of dit prikkelbaredarmsyndroom is, een intolerantie, coeliakie, of iets dat vanzelf overgaat, en het vervangt geen arts die naar je kijkt. Als je ooit bloed bij de ontlasting ziet, of afvalt zonder dat je het probeert, is dat een reden om naar een arts te gaan en geen score.
BioProfile analyseert je gezondheidsstatus om jou en je coach te sturen. Het stelt geen diagnose, dat kan alleen een arts. Gebouwd op gevalideerde gezondheidsvragenlijsten; de gecombineerde BioProfile-score is zelf nog geen gevalideerd klinisch instrument. Je antwoorden blijven privé (AVG).
Privacy · Algemene Voorwaarden · Contact
© 2026 Bioprofile (95 Bulls B.V.) – Alle rechten voorbehouden.