Home › Biomarkers › Transferrine
Transferrine is een eiwit dat ijzer door je lichaam vervoert. Een te lage of te hoge uitslag van de ijzertests kan wijzen op bloedarmoede of op te veel ijzer in je lichaam.[1]
Op deze pagina lees je wat transferrine is, wat de richtlijnen zeggen over een te lage of te hoge waarde, wat je waarde beïnvloedt en welke waarden je er het beste naast legt.
Ook wel: transferrinetest, serumtransferrine. Bij het lab: TRAF.
Transferrine is een eiwit dat ijzer door je lichaam vervoert. De transferrinetest meet dit eiwit in je bloed.[1]
IJzer is een mineraal dat je lichaam nodig heeft voor groei en ontwikkeling. Je lichaam gebruikt ijzer om hemoglobine te maken. Dat is een eiwit in je rode bloedcellen dat zuurstof van je longen naar de rest van je lichaam brengt.[1]
IJzer is ook belangrijk voor gezonde spieren, je beenmerg en de werking van je organen. Je lichaam heeft ijzer ook nodig om sommige hormonen te maken.[1]
Sommige mensen krijgen moeilijker genoeg ijzer binnen. Bijvoorbeeld als je zware menstruaties hebt, zwanger bent of je baby voedt met je eigen melk, vaak bloed geeft, of een kwaadaardige aandoening, bepaalde aandoeningen van de spijsvertering of een aandoening van het hart hebt. Ook baby's hebben het moeilijker, vooral als ze te vroeg of met een laag geboortegewicht zijn geboren. De meeste mensen in de Verenigde Staten krijgen wel genoeg ijzer binnen.[1]
Te weinig ijzer in je lichaam is de meest gewone oorzaak van bloedarmoede. Bij bloedarmoede heeft je bloed minder rode bloedcellen dan normaal.[1]
Bij te weinig ijzer kun je je zwak of moe voelen, duizelig zijn, kortademig zijn of een hartslag hebben met een afwijkend tempo of ritme. Een laag ijzer geeft soms pas klachten als het heel laag is. Daarom kan je zorgverlener ook zonder klachten een ijzertest aanvragen.[1]
Bij te veel ijzer kun je je zwak of moe voelen, pijn hebben in je gewrichten, vooral in je knieën of handen, buikpijn hebben, minder zin in seks hebben of moeite hebben met een erectie. Je huid kan ook grijs, metaalachtig of bronskleurig worden.[1]
Labplusarts, het lab waarmee BioProfile werkt, gebruikt voor transferrine een referentiewaarde van 2,2 tot 3,6 g/l. Een waarde tussen die grenzen noemt het lab normaal.[2]
| Waarde | Wat het kan betekenen | Voor wie |
|---|---|---|
| 2,2 tot 3,6 g/l[2] | Het lab noemt dit normaal | Het lab noemt geen aparte groep |
Bron: Labplusarts, de referentiewaarde van het lab voor transferrine (TRAF).[2]
MedlinePlus geeft geen aparte grens voor transferrine. De bron zegt iets over de ijzertests samen. Laten een of meer uitslagen zien dat je ijzer te laag is, dan kan dat wijzen op bloedarmoede door ijzertekort, een andere vorm van bloedarmoede of een erfelijke aandoening van het bloed. Niet iedereen met een laag ijzer heeft bloedarmoede.[1]
Ook hier spreekt de bron over de ijzertests samen. Laten een of meer uitslagen zien dat je ijzer te hoog is, dan kan dat wijzen op te veel ijzer dat zich in je lichaam ophoopt, erfelijk of door een andere aandoening, of op een aandoening van de lever. Een afwijkende uitslag betekent niet altijd dat er iets is waarvoor je zorg nodig hebt.[1]
BioProfile werkt aan eigen zones per waarde, van risico tot optimaal. Een arts beoordeelt die zones voordat ze in je uitslag verschijnen.
Het ijzer in je bloed wisselt over de dag en kan 's ochtends hoger zijn. De test gebeurt meestal 's ochtends. Je zorgverlener kan je vragen om 12 uur vooraf niet te eten of te drinken.[1]
Sommige medicijnen kunnen je ijzerwaarden beïnvloeden, zoals de anticonceptiepil en middelen met oestrogeen.[1]
Bij vrouwen kunnen de ijzerwaarden tijdens de menstruatiecyclus lager zijn.[1]
Je krijgt ijzer binnen via je eten of via supplementen. Veel multivitaminen bevatten ook ijzer. Hoeveel ijzer je per dag nodig hebt, hangt af van je leeftijd, je geslacht en of je vooral plantaardig eet.[1]
Transferrine zit in alle vijf de pakketten, van BioProfile 31 tot BioProfile 150.[3]
De BioProfile-redactie schreef deze pagina op 2 oktober 2026 uit de bronnen hieronder, die we op 2 oktober 2026 hebben gelezen. Elk getal op deze pagina staat in een van die bronnen, met het nummer van die bron erbij. Een deskundige controleert deze pagina nog; na die controle staan de naam van die deskundige en de datum van de controle bovenaan. Deze pagina geeft uitleg en geen diagnose. Bespreek een afwijkende waarde met je huisarts.