Home › Biomarkers › Aluminium
Een gemiddelde volwassene in de Verenigde Staten eet ongeveer 7 tot 9 mg aluminium per dag via voeding. Bijna al het voedsel, water, de lucht en de bodem bevatten wat aluminium.[1]
Op deze pagina lees je wat aluminium is, wat de richtlijnen zeggen over een te lage of te hoge waarde, wat je waarde beinvloedt en welke waarden je er het beste naast legt.
Ook wel: Al, aluminium in bloed, aluminum. Bij het lab: AL.
Aluminium is een licht, zilverwit metaal. In de natuur zit het altijd vast aan andere stoffen, zoals zuurstof, silicium en fluor. Je kent het van blikjes, pannen, folie en vliegtuigen.[1]
Verbindingen van aluminium zitten ook in gewone producten. Denk aan middelen tegen maagzuur, aspirine met een buffer, toevoegingen in voedsel, cosmetica en deodorant tegen zweten.[1]
Aluminium hoort bij de metalen die een arts kan laten meten bij onderzoek naar zware metalen. Bloed en urine zijn daarvoor de monsters die het meest worden gebruikt.[2]
Blootstelling aan aluminium is meestal niet schadelijk. Veel aluminium kan wel invloed hebben op je gezondheid. Mensen die op hun werk veel aluminiumstof inademen, kunnen last krijgen van hun longen, zoals hoesten of afwijkingen op een longfoto.[1]
Sommige mensen met een aandoening van de nieren slaan veel aluminium op in hun lichaam. Bij hen ontstaan soms aandoeningen van de botten of de hersenen, die mogelijk door dat teveel aan aluminium komen.[1]
Omdat metalen bijna overal zijn, is het normaal dat je er een beetje van in je lichaam hebt. Wordt die hoeveelheid te hoog, dan kan dat leiden tot een vergiftiging.[2]
Kinderen lijken niet gevoeliger voor aluminium dan volwassenen. Moedermelk bevat wat aluminium, maar daarvan komt maar weinig in het lichaam van de baby.[1]
Labplusarts, het lab waarmee BioProfile werkt, hanteert voor aluminium een referentiewaarde van 0 tot 0,3 umol/l. Een waarde tussen die grenzen noemt het lab normaal.[3]
| Waarde | Wat het kan betekenen | Voor wie |
|---|---|---|
| 0 tot 0,3 umol/l[3] | Normaal volgens het lab | Wie bij dit lab de aluminiumtest doet |
Bron: Labplusarts, het lab waarmee BioProfile werkt. Referentiewaarde voor de aluminiumtest (AL).[3]
Een meting van aluminium in bloed of urine kan laten zien of je aan meer aluminium bent blootgesteld dan normaal. Een hoge waarde kan dus wijzen op zo'n grotere blootstelling. Een arts legt de uitslag naast je klachten en naast hoe je met metalen in aanraking kwam.[1, 2]
BioProfile werkt aan eigen zones per waarde, van risico tot optimaal. Een arts beoordeelt die zones voordat ze in je uitslag verschijnen.
Bijna al het voedsel en water bevat wat aluminium. Uit pannen en ander keukengerei van aluminium komt maar heel weinig in je lichaam. Van wat je inslikt, inademt of via je huid opneemt, komt maar een heel klein deel in je bloed.[1]
Middelen tegen maagzuur en aspirine met een buffer kunnen veel aluminium bevatten. Je kunt er meer van binnenkrijgen als je zo'n middel neemt en tegelijk citrusproducten eet of drinkt. Ook vaccinaties kunnen kleine hoeveelheden aluminium bevatten.[1]
Je kunt meer aluminium binnenkrijgen als je op je werk aluminiumstof inademt. Dat geldt ook als je woont in een stoffige omgeving, waar aluminium wordt gewonnen of verwerkt, of waar de bodem van nature veel aluminium bevat.[1]
Sommige mensen met een aandoening van de nieren slaan veel aluminium op in hun lichaam. Bij kinderen met problemen aan de nieren die via hun medische zorg aluminium kregen, ontstonden aandoeningen van de botten.[1]
Aluminium zit in geen van de vijf pakketten. Aluminium zit in de losse test BioProfile Zware metalen.[4]
De BioProfile-redactie schreef deze pagina op 5 oktober 2026 uit de bronnen hieronder, die we op 5 oktober 2026 hebben gelezen. Elk getal op deze pagina staat in een van die bronnen, met het nummer van die bron erbij. Een deskundige controleert deze pagina nog; na die controle staan de naam van die deskundige en de datum van de controle bovenaan. Deze pagina geeft uitleg en geen diagnose. Bespreek een afwijkende waarde met je huisarts.