Je leest een alinea drie keer en weet nog niet wat er stond. Je loopt de keuken in en vergeet waarvoor. Het woord dat je zoekt komt niet, en de hele dag zit er een laag watten tussen jou en je werk. Hersenmist is de naam die mensen daar zelf aan geven: het is geen ziekte en geen diagnose, maar een beschrijving van hoe je denken aanvoelt. Waar het vandaan komt en wat je zelf kunt meten, staat hieronder. De breinscan van BioProfile meet hoeveel last je van die klachten hebt, en geeft je een indicatie waar je vandaag staat op dit gebied, als eerste van de 11 gezondheidsgebieden die de volledige scan beoordeelt. Dit is geen diagnose. Het is inzicht, om te zien waar je vandaag staat. En je te helpen betere keuzes te maken in je voeding en levensstijl. Wat deze scan niet doet: je denkvermogen testen of een diagnose stellen. Dat laatste kan alleen een arts. Zie de scan als een hulpmiddel dat je een beginwaarde geeft, op basis van wat je zelf aangeeft, van hoe je je denken de afgelopen twee weken ervoer.
In het kort
- Hersenmist is geen ziekte en geen diagnose, maar een subjectieve beschrijving: traag denken, moeite met focus, dingen vergeten, een waas over je denken1.
- In onderzoek bij ouderen hangt hoe je je eigen denken beoordeelt maar zwak samen met hoe je scoort op een test, en hangt het daarnaast samen met je stemming2.
- Een breinscan meet hoe je je denken de afgelopen twee weken ervoer en geeft je een beginwaarde. Het is geen cognitieve test, en hij stelt geen diagnose.
Inhoud
Wat hersenmist is
Hersenmist is geen term uit een handboek maar een woord van mensen zelf. In onderzoek naar het chronisch vermoeidheidssyndroom beschrijven patiënten hersenmist als traag denken, moeite met focussen, verwardheid, dingen vergeten en een waas over het denken. Op tests zien onderzoekers bij hen vooral een tragere en minder efficiënte verwerking van informatie, minder aandacht en een kleiner werkgeheugen.1
In een studie vulden 138 mensen van 14 tot 29 jaar met posturaal orthostatisch tachycardiesyndroom (POTS) een vragenlijst over hersenmist in. Van alle deelnemers meldden er 132 dat ze ooit hersenmist hadden gehad. De meest gebruikte omschrijvingen waren “vergeetachtig”, “wazig” en “moeite met focussen, denken en praten”. Vaak genoemde uitlokkers waren vermoeidheid (91 procent), te weinig slaap (90 procent), lang staan (87 procent), uitdroging (86 procent) en je flauw voelen (85 procent).3
Waar hersenmist vandaan komt
De eerste plek om naar bewijs te zoeken is hoe je je nacht doorbrengt. Een meta-analyse van zeventig studies met 147 tests liet zien dat kort slaaptekort de eenvoudige aandacht het hardst raakt: de momenten waarop je even niets registreert.4 In een gecontroleerde studie gingen mensen die 14 dagen lang maar zes uur per nacht mochten slapen steeds slechter presteren (bijvoorbeeld tekorten in aandacht en werkgeheugen), vergelijkbaar met ongeveer een nacht zonder slaap. Opvallend was dat de slaperigheid die ze zelf aangaven veel langzamer toenam dan hun tekorten in prestatie.5
De tweede is spanning. De prefrontale cortex (het voorste deel van je hersenen), die je werkgeheugen en je aandacht stuurt, is van alle hersengebieden het gevoeligst voor stress: zelfs milde stress waar je geen grip op hebt, kan die vermogens verminderen.6
Ook rond de overgang zijn veranderingen in het denken gemeld. In een meta-analyse scoorden vrouwen na de overgang slechter op taken waarbij je woorden na een pauze moet onthouden dan vrouwen voor of tijdens de overgang. Dezelfde studie gaf aan dat het risico op depressieve stemmingsstoornissen tijdens en na de overgang hoger was.7
Corona (COVID-19) is nog een factor die mogelijk bijdraagt aan hersenmist. Van 81.337 mensen die een online cognitieve test deden, presteerden de mensen die een corona-infectie hadden gehad slechter dan wie die niet had gehad, ook als ze helemaal geen klachten meer hadden.8
De laatste factor is je stemming. Een systematische review en meta-analyse bij ouderen onderzocht hoe zij hun eigen denken beoordelen in vergelijking met hoe ze op een test presteren. De onderzoekers vonden dat het verband tussen klachten en gemeten prestatie klein is, en dat de klachten op zichzelf samenhangen met sombere gevoelens.2 Dat maakt de klacht niet minder echt. Het zegt waar je meestal moet zoeken.
Wat een breinscan meet
De breinscan stelt vier vragen over de afgelopen twee weken: mentale mist, focus vasthouden, alledaagse vergeetachtigheid, en of denken moeite kost. Elke vraag krijgt punten; de punten worden opgeteld en omgerekend naar een focusscore van 0 tot 100, met de leesband waar hij in valt. Hoger is beter.
De vragen zijn gemodelleerd naar vragenlijsten over ervaren dagelijkse cognitie. De meest gebruikte is de Cognitive Failures Questionnaire (CFQ), die in 1982 voor het eerst verscheen en alledaagse missers in waarnemen, onthouden en handelen meet zoals je ze zelf aangeeft. De score is zo stabiel als een karaktertrek en komt overeen met wat een partner over je zegt.9,10 Onze vragen zijn eigen geformuleerd, geen kopie van de CFQ, en de score is dus geen gevalideerde klinische score. We noemen hem een ervaren score, en we interpreteren hem naast je slaap en je algemene welzijn in plaats van op zichzelf.
Wat een breinscan niet meet
Ervaren denken is geen gemeten denken. Er is geen eerlijke manier om cognitieve prestatie met een vragenlijst te meten; wat zelfrapportage vastlegt is hoe je denken aanvoelt, en in onderzoek bij ouderen hangt dat maar zwak samen met hoe je scoort op een test.2 De breinscan is dus geen cognitieve test en geen screening op een aandoening van geheugen of aandacht, en hij stelt geen diagnose. Een plotselinge, duidelijke verandering in je geheugen of je taal, of mist die verergert in plaats van schommelt, hoort bij een arts en niet in een score.
Wat je met je score doet
Een lage score wijst niet precies de oorzaak van je achteruitgang in denken aan. Wel helpt hij ons een beginwaarde vast te leggen voor latere tests. Doe je deze test bijvoorbeeld over twee weken opnieuw, dan kun je vergelijken hoe je scores zijn veranderd en nadenken over de kwaliteit van je slaap, je stressniveau en je algemene welzijn.
Slaap hoort bovenaan je lijst van dingen om te verbeteren. Steeds terugkerend slaaptekort zorgt ervoor dat je cognitieve prestaties steeds verder achteruitgaan, ook al merk je je slaperigheid misschien nauwelijks.5 Wat een slaaptest daarover meet, lees je in waarom je moe wakker wordt
Meet waar je begint
Vier vragen over de afgelopen twee weken, ongeveer drie minuten, en je focusscore staat in je dashboard. Wat de breinscan meet en waarop hij gebaseerd is, staat op de scanpagina.
Gratis, ongeveer 3 minuten. Een analyse van je antwoorden, nooit een diagnose. Alle gezondheidsscans
Veelgestelde vragen
Wat zijn de symptomen van hersenmist?
Traag denken, moeite met focussen, verwardheid, dingen vergeten en een waas over je denken.1 Mensen die het zelf omschreven, kozen het vaakst “vergeetachtig”, “wazig” en “moeite met focussen, denken en praten”.3
Hoe lang duurt hersenmist?
Helaas is er geen overeenstemming over hoe lang hersenmist duurt. Onderzoekers geven aan dat hersenmist door slaaptekort meestal zo lang duurt als het slaapprobleem aanhoudt.8 Je kunt het beste een beginwaarde vastleggen en daarna opnieuw testen, om te zien of je vooruitgaat of stilstaat.
Heeft hersenmist met je stemming te maken?
Vaak wel. Klachten over het eigen denken hangen in onderzoek samen met sombere gevoelens, los van hoe iemand op een test scoort.2 Hersenmist is zelf geen diagnose, en of er meer achter zit dan een sombere periode, kan alleen een arts beoordelen.
Kan een breinscan hersenmist vaststellen?
Nee. De breinscan meet hoe je je denken de afgelopen twee weken ervoer en geeft je een indicatie waar je vandaag staat. Het is geen cognitieve test, geen screening op een aandoening van geheugen of aandacht, en hij stelt geen diagnose.
Bronnen
Elke bron hieronder is nagelopen op de dag dat dit artikel werd gepubliceerd. De nummering volgt de tekst.
- Ocon AJ. Caught in the thickness of brain fog: exploring the cognitive symptoms of chronic fatigue syndrome. Frontiers in Physiology, 2013. doi.org/10.3389/fphys.2013.00063
- Burmester B, Leathem J, Merrick P. Subjective cognitive complaints and objective cognitive function in aging: a systematic review and meta-analysis of recent cross-sectional findings. Neuropsychology Review, 2016. doi.org/10.1007/s11065-016-9332-2
- Ross AJ, Medow MS, Rowe PC, Stewart JM. What is brain fog? An evaluation of the symptom in postural tachycardia syndrome. Clinical Autonomic Research, 2013. doi.org/10.1007/s10286-013-0212-z
- Lim J, Dinges DF. A meta-analysis of the impact of short-term sleep deprivation on cognitive variables. Psychological Bulletin, 2010. doi.org/10.1037/a0018883
- Van Dongen HPA, Maislin G, Mullington JM, Dinges DF. The cumulative cost of additional wakefulness: dose-response effects on neurobehavioral functions and sleep physiology from chronic sleep restriction and total sleep deprivation. Sleep, 2003. doi.org/10.1093/sleep/26.2.117
- Arnsten AFT. Stress signalling pathways that impair prefrontal cortex structure and function. Nature Reviews Neuroscience, 2009. doi.org/10.1038/nrn2648
- Weber MT, Maki PM, McDermott MP. Cognition and mood in perimenopause: a systematic review and meta-analysis. The Journal of Steroid Biochemistry and Molecular Biology, 2014. doi.org/10.1016/j.jsbmb.2013.06.001
- Hampshire A, Trender W, Chamberlain SR, et al. Cognitive deficits in people who have recovered from COVID-19. EClinicalMedicine, 2021. doi.org/10.1016/j.eclinm.2021.101044
- Broadbent DE, Cooper PF, FitzGerald P, Parkes KR. The Cognitive Failures Questionnaire (CFQ) and its correlates. British Journal of Clinical Psychology, 1982. doi.org/10.1111/j.2044-8260.1982.tb01421.x
- Aschwanden D, Sutin AR, Luchetti M, Allemand M, Stephan Y, Terracciano A. A systematic review and meta-analysis of the association between personality and cognitive failures/complaints. Social and Personality Psychology Compass, 2020. doi.org/10.1111/spc3.12565
BioProfile analyseert je gezondheidsstatus om jou en je coach te sturen. Het stelt geen diagnose, dat kan alleen een arts. Gebouwd op gevalideerde gezondheidsvragenlijsten; de gecombineerde BioProfile-score is zelf nog geen gevalideerd klinisch instrument. Je antwoorden blijven privé (AVG).

